13 ROEDELGEDRAG

opstelling

Onbewuste mindsets en onderliggende overtuigingen over dat je niet goed genoeg bent doen je de das om. Het nog altijd sluimerend heersende Calvinisme draagt hier ook een behoorlijk steentje aan bij. Daarnaast voorkomt het menselijk roedelgedrag, dat je te ver buiten de lijntjes kleurt, want anders bestaat er immers kans op verstoting uit de groep. Mocht je misschien toch geniaal blijken in wat je doet, dan word je aanbeden of zelfs verafgood, óf heb je weer met afgunst en jaloezie te kampen van roedelgenoten, die liever op jouw positie hadden willen staan. Het is ook nooit goed! J

Wanneer ik hierover nadenk, voel ik langzaam dat mijn hoofd in de knoop raakt. Ik raak verstrikt in wetten, regels, normen, waarden en verwachtingen die rondzingen in de groep. Een enorme kluwen aan groepsbrei vormt zich voor mijn geestesoog. En voor ik het me goed en wel besef zit ik daar middenin!

Of je nu wil of niet; ieder mens verhoudt zich tot de roedel. Of je er nu middenin zit, er helemaal buiten staat, bovenaan zit, onderaan ligt, trekker bent, duwer, ondervanger, aanjager, verwerper, opruimer, verbinder, vertrager, catalysator, verdieper, spits, verdediger, slachtoffer, verzachter, aanvoerder of laatste man…

Iedereen speelt zijn eigen unieke rol in het voetbalteam dat ik ‘de roedel’ noem.  De meesten van ons pakken onbewust de rol die ze van nature het makkelijkste afgaat. Dit is doorgaans een positie, waarin we het beste tot ons recht komen met de kwaliteiten die we van nature bezitten. Waarmee we zogezegd geboren zijn in dit leven. Strategisch denkers worden spelverdeler, voorwaartse focus en balcontrole vraagt om de spits positie, een grote hart-long capaciteit is handig voor op het middenveld en zo kan je vast nog van alles bedenken.

Gaandeweg echter, als wij worden getriggerd door de uitdagingen van het bestaan, waardoor wij bang worden en vanuit angst gaan overleven, gaan wij onze kwaliteiten anders leren inzetten. De spits poeiert zijn vermeende opponent gewiekst en spitsvondig reeds in de kleedkamers af, de spelverdeler voor- en doorziet overspannen elke vorm van eventueel dreigend gevaar en de middenvelder blijft maar doelloze meters maken en draven voor de ander, in de hoop erkend te worden. We zetten nu onze aangeboren kwaliteiten niet meer rechtstreeks voor ons eigen doel in, maar richten ons hiermee op de andere partij om erkenning, veiligheid en overlevingskansen te waarborgen.

Ook kan dit rolverwisselingen tot gevolg hebben, waardoor de dynamiek volledig uit het spel gaat. De ontmoedigde spits kruipt weg als laatste man, de top verdediger voelt zich miskend en worstelt zich omhoog tot spits, omdat hij door scoren meer zichtbaar hoopt te zijn, de middenvelder neemt, om de boel te redden, de rol van de verdediger gauw over, wat hem niet in dank wordt afgenomen door de keeper, die eigenlijk droomt van deze positie, Chaos en rommel alom!

Wat is jouw huidige positie?

Klopt deze eigenlijk wel bij jouw natuurlijke kwaliteiten?

Of is het een verbastering, een afgeleide van…?

Sta je misschien op een totaal andere plek?

Of ben je daar geplaatst door iemand anders?

Welke signalen heb jij afgegeven, waardoor je hier geplaatst werd?

Ik durf wel te beweren dat het vaak ANGST is, waardoor wij niet op de juiste plek staan opgesteld. Naar mijn idee slaan we dit maar al te vaak over. Ik hoor het de scheids nog zo zeggen, aan het begin van een wedstrijd:

ON YOUR MARKS, SET, GO!

On your mark dus.

Maar wat is jouw plek? Wat mij betreft daagt dit tot onderzoeken uit. Wat zijn jouw kwaliteiten? Natuurlijk hebben wij er van nature altijd meerderen en daarmee kunnen wij dus ook makkelijk meerdere posities bekleden, maar de combinatie wijst wel in een specifieke richting. De unieke melange van jouw kwaliteiten vraagt als het ware om invulling, om het innemen van een op maat gemaakte positie. En het is de kunst, de reis, het avontuur om deze match te zoeken. Daarmee wil ik benadrukken; dus niet om ‘gevonden te hebben’, maar om naartoe te werken, op ontdekkingsreis te gaan. Met vallen en opstaan passen en meten, aannemen en weer afleggen, proberen en onderzoeken. Wat past mij? En hierin maak je je eigen ontwikkeling door. Dus het jassie wat vorig jaar nog als gegoten zat, kan nu ernstig knellen bij de oksels. Geeft niet, je bent blijkbaar gegroeid.

En je voelt het in je donder, wanneer je op de juiste positie staat. De flow komt erin. Het gaat als vanzelf. Het kost geen moeite, je voelt je als een visje in het water, je kan je weer vrijuit bewegen en het spel is volop hervat!

Naar mijn idee zijn de zelfdestructieve mind-fucks van iets perfect moeten kunnen voordat je iets mag laten zien, gebaseerd op angst. Ze houden je niet-passende-positie binnen de roedel in stand. Het laat een ingehouden verbastering van je kwaliteiten zien, die om ruimte staan te trappelen. Het geeft je doodsangst of je koudwatervrees weer, om de wijde wereld weer in te trekken, de sprong in het diepe te wagen, naar buiten te treden, het spel te hervatten, het risico te nemen voor wat het is. En dit risico heet leven. Je bent bang om te falen en het is toch ook wel veilig in je huidige positie. Immers:

WIE NIET WAAGT, DIE NIET VERLIEST OOK

En ter bevordering van de beweeglijkheid, gooi ik er op de valreep ook nog maar even een andere invalshoek tegenaan 😉

Want wat nou, als je ervan uit gaat dat jij zelf, alle posities in het veld vertegenwoordigt? Dat dit allemaal delen van jou zijn? Je vormt het hele team met alle kwaliteiten die in jou zitten, waarin alle spelers (alle jouwtjes) perfect op elkaar ingespeeld en afgestemd zijn. Of hebben jouw spelers onderling (nog) strijd en onenigheid? Hoe zou het zijn wanneer alle spelers gingen samenwerken?  Klinkt best wel gaaf toch?

En wie is dan de coach? Ben jij dat ook? Of laat jij je (nog) grotendeels door anderen aansturen of bepalen? Wat nou als je zelf ook de coach bent of wordt? Kan je zelf je wedstrijdopstellingen en je trainingstactieken verzinnen en uitproberen. Klinkt ook wel gaaf toch?

En wordt er eigenlijk wel voetbal gespeeld? Of mag jij zelf het spel verzinnen? Wat zouden voor jou belangrijke regels en afspraken zijn? Waar zou je mee willen spelen? Bal, speer, racket, ski, pion, of touw, mensen, dieren, taal, gedachtes, energie, materie? Wat lijkt jou leuk om uit te proberen? Klinkt echt wel gaaf toch?

En hoe verder je uitzoomt, des te groter je mogelijkheden tot spelen en groei!

THE SKY AIN’T EVEN THE LIMIT!

En waar sta je op dit moment?

Dit bepaalt het standbeen, van je volgende stap.

Wat let je?

ON YOUR MARK…

SET…

Go!

Lof

Willemijntenvelden.com

12 ODE AAN HET DRAMA!

dramaqueen

Wat mij persoonlijk eigenlijk het meest heeft tegengehouden in mijn eigen proces, is mijn veroordeling op ‘DRAMA’.
Het fenomeen kreeg over het algemeen toch een niet zo positieve klank mee.
Mensen die hierin schoten, moesten daar vooral vlug weer, liefst op eigen kracht, zo flink mogelijk leren uitstappen.
Soort van; “get yourself together first, lady’.

Tijdens mijn opleiding tot energetisch coach, werd in feite geleerd om drama niet te voeden bij de ander. Vanuit mijn eigen ervaring in lotgenoten groepjes, waar mensen elkaars slachtofferschap lekker in stand hielden door elkaars drama steeds te blijven aanwakkeren, begreep ik deze insteek zeer goed.

Maar voor mij resulteerde deze tactiek eigenlijk in hetzelfde: Ik ervoer bijvoorbeeld dat ik door een opleidingssituatie of vraag getriggerd werd, waardoor ik voelde dat ik in mijn drama schoot. vervolgens werd daar een soort van ‘niet-op-in-gegaan’. Het kleine meisje Willemijn in mij voelde zich hierdoor totaal in de kou gezet en afgewezen. Dit resulteerde bij mij in het dan maar weer wegslikken van mijn emoties en een binnerstem die zei: ‘Pull yourself together lady’. In feite steeds een herhaling van hoe ik dat beleefde toen ik kind was. Met als gevolg dat mijn reeds grijsgedraaide langspeelplaat van ‘stel je niet zo aan Willy-Brorth!’ alleen nog maar weer harder begon te schallen. Met onderdrukking, ontkenning en schuldgevoel als resultaat.

‘Ik mag geen slachtofferzijn, ik mag geen slachtoffer zijn, ik mag geen slachtoffer zijn’ herhaalde zich streng in mijn hoofd.
Ik had de mindset, dat je, als je in je drama schoot, slachtoffer was van de situatie en dat was niet ok. Daar moest je zo snel mogelijk weer uit, want met drama viel immers niet te werken had ik begrepen.
Tot op zekere hoogte ook mee eens. Wanneer ik midden in mijn drama schiet, valt er even niet echt ‘redelijk’ met mij te praten.

Maar ik merk hier toch graag een belangrijk verschil op: Bovenstaande leidde in mijn geval tot voortzetting van mijn aloude en bekende overlevingspatroontje: Ik slik de pijn weg, ontken wat er werkelijk bij mij speelt en zet mijn schouders er weer onder. En die knop gaat bij mij lekker gesmeerd hoor. ‘U vraagt, wij draaien: Hopsa, niks meer aan de hand hoor! traantjes weg, adem weer onder controle nemen, een grapje maken en weer verder lachen!”

Wat levert dit op?

In oorlogssituaties enorm veel. Dan is het super handig dat je dit kan. Prachtige eigenschap om mee te overleven.Maar als je het mij vraagt zeker niet de modus om in te helen of te transformeren…

Je kan ook even uitrazen/ventileren/luchten in je drama en vervolgens terugblikken op wat er gebeurde en dit als het ware gaan ontrafelen. (groepen waarin drama enkel gevoed wordt, stoppen meestal na de 1e stap. dan verandert er ook meestal niet heel veel naar mijn idee)
Eigenlijk zou ik het nog scherper willen stellen: Ik zou het drama nu juist opzoeken, omdat ik weet dat daar ontzettend veel sleutelmomenten, afslagen, inzichten en handvatten verborgen liggen, die jou je volgende stap in je proces kunnen aanreiken!
Vandaar mijn titel: ODE AAN HET DRAMA

Ik denk dat veel kinderen uit een disfunctioneel huishouden gewend of geneigd zijn, hun drama vooral in te slikken en de schouders er maar weer onder te zetten, of mooi weer te spelen. Komen weer de thema’s schaamte/schuld/loyaliteit om de hoek kijken…

Wie kent het niet…

Het moment dat ik van binnen besloot om ‘schijt’ te hebben aan iedereen die mij zou veroordelen op mijn drama, ben ik gaan delen en is er een soort stop ergens uitgetrokken, waardoor de boel ineens weer kon gaan stromen. Ik kan het lastig benoemen.. Het voelt alsof er eindelijk een soort ingehouden afgewogen, berekenende afgemetenheid over boord is geslagen. Ook helderheid in mijn hoofd, over mijn werk, over mijn vrienden, over mijn rol als moeder. Alsof ik ineens een stukje kennis, dat ik in feite allang bezat, nu eindelijk ‘mag’ gebruiken. Alsof ik mezelf  een stukje verloren zelf weer heb teruggegeven.

Het woord ‘mogen’ is essentieel denk ik. het gaat over toestaan, over erkenning van hoe het met je is…
Wat is drama eigenlijk?
Een melange van onderstaande:
1: er wordt een kindbeeld (herinnering) getriggerd
2. je voelt je niet gezien/gehoord
3. er zit emotie op
4. er zit een oordeel op
Wanneer je deze elementen kan uitpluizen, ontrafelen en inzichtelijk of bewust kan maken, dan is dat een route door en uit het drama, Tegelijkertijd met het ontrafelen, kom je onwijs veel van je eigen patroontjes tegen, waardoor je super veel inzichten in jezelf kan krijgen, die weer bijdragen aan jouw eigen groeiproces!

Van hieruit zou ik dus vooral ruimte willen geven aan drama, om er vervolgens op in te zoomen en het verder uit te werken.
Naar mijn idee blijf je anders gewoon slachtoffer in je eigen drama, maar heb je het keurig onder het vloerkleedje geschoven.
Omdat je in feite niet wil zijn die je op dit moment bent.
Omdat je niet erkent wat er oprecht in je leeft.
En voor sommigen van ons misschien zelfs wel omdat ze onbewust een gehechtheid aan slachtofferschap hebben, vanuit angst om echt volop te gaan slagen in het leven!

Hoe ervaren jullie drama en hoe werkt het voor jullie?

lof
Willemijn

11 BEWUST LEVEN OF VERKRAMPT STREVEN?

weegschaal

Als kind heb ik vaak meegekregen dat het overgrote deel van de wereldbevolking, verwerpelijk, dom, burgerlijk, incapabel en slecht is.
De kapper verknipt je haar voor veel te duur, wij krijgen te weinig, de bakker bakt de broodjes altijd te zoet, de tandarts snapt zelf niet wat ie aan het doen is, slagers zijn verbloemde psychopaten, artsen zijn huichelaars, mensen achter een loket maken je het leven zuur, kakkers zijn geldwolven, zakenmannen afzetters, ambtenaren burgertrutten, fietsmakers prutsers eersteklas en de conducteur is een controle-rat. 

Maar wat krijg je hierdoor als kind voor wereldbeeld mee?
Het veroorzaakt ISOLATIE vanuit  AFKEURING en ANGST


Vanuit volwassen perspectief kan ik best in een aantal dingen meekomen, maar wat moet een kind hiermee? Ik was op den duur bang en achterdochtig voor alles en iedereen! Elke potentiële handreiking, promotie, vaste baan, aanmoediging, dagschotel, transactie, feedback, beloning, vraag, vacature, goede raad of ondersteuning was blijkbaar per definitie van belabberde kwaliteit, maar tevens een gevaar tot genaaid worden waar ik zelf bijstond. Dit heeft mij vooral geleerd te allen tijden onder de radar te blijven vliegen. Net hoog genoeg om niet neer te storten, maar niet zo hoog dat ik getraceerd kon worden. Je kan je er misschien bij voorstellen dat dit geen ‘vrij’ gevoel geeft. De wereld is slecht en daar moet je vooral niet bij willen horen en dus zeker geen deel van uitmaken!

Dit heeft mij aan het denken gezet, vooral met betrekking tot het opvoeden van mijn kinderen. Zelf heb ik bijvoorbeeld best veel kritiek op de huidige maatschappij en betrap ik mezelf regelmatig op het veroordelen van mensen die een andere smaak, overtuiging of leefwijze hebben als ik. Laat ik mijn kinderen hierin hun eigen styl vormen, kauw ik deze voor, probeer ik hierin subtiel bij te sturen of leg ik die van mezelf aan ze op?

Hoogst waarschijnlijk van alles wat.

Wel ben ik me, vanuit eigen ervaring, bewust geworden van, dat het in grote mate voeden van negatieve overtuigingen, een kind angstig en onvrij maakt op den duur. Aanvankelijk lijkt het misschien houvast en richtlijn te geven, maar in feite wordt hierdoor de eigen bewegingsvrijheid, ervaring en ontwikkeling belemmerd. Hoe meer wij als ‘not-done’ beleven, des te kleiner onze ruimte om nog zelf op verkenning uit te gaan.

Wow, toen ik hier met mezelf mee aan de slag ging, kwam ik toch achter een bak vol negatieve overtuigingen! Echt shocking vond ik dat, al die veroordelingen op van alles en nog wat. Het regende de hele dag aan oordelen door. van schuin inslaande pijpenstelen tot bijna onmerkbare motregen. En dit droeg ik dus allemaal aan onbewuste ballast me me mee al die tijd. En gaf ik dus vrolijk door aan mijn kroost ook.

Even voor de gein.

Lees onderstaande riedel, en bekijk eerlijk met hoeveel jij het eens bent. Iedere  ‘ja’ levert 1 punt op. Als je juist het tegendeel vindt krijg je ook een punt:

Cola is gelijk aan accu-zuur, in elk gerecht op de menukaart zit E621 en daar ga je dood aan, ik verafschuw plof-kip, ik ben geen meeloper, dus doe niet mee aan de (veel te dure) mode, fluoride is gif puur-sang, ik ben geen suikerjunkie, in ALLES zit suiker!, mensen die een face-lift doen hebben een zelfcomplex, ik ondersteun de bio-industrie niet, alles uit Amerika stinkt naar corruptie, de huisarts verdient enkel geld aan ons en houdt ons daarom stiekem ziek, aspartaam is nog veel erger, de hele politiek liegt ons maar wat voor, nylon kleding werkt verstikkend, de media is één grote fake-bende, wasmiddel ruikt veel te chemisch, global warming is een fars, siliconen implantaten lekken, chem-trails doen ons langzaam de das om, het hele onderwijssysteem deugt niet, nagelak is gif, heel veel geld verdienen is gierig, van zonnebrand krijg je kanker,  melk is voor kalveren en niet voor mensen, anti-biotica is uit den boze, alle huren zijn te hoog, wasmiddel ruikt veel te chemisch, gluten maken van je darmen een geperforeerde plak-spons en eigenlijk zijn alle granen als voedsel voor de armen bedacht; puur om te vullen, niet om te voeden. (En dan hebben we het hier over de positieve overtuigingen nog eventjes maar niet gehad 😉 )

En? Wat was je score? Hoe hoger je score, des te bewuster je leeft meen ik te beweren. En, is dat geen schouderklopje waard?

Maar nu. Bedenk je nu eens (weer voor de gein) dat je met je kind, of dat van iemand anders, een dagje gezellig naar het strand gaat. Laten we zeggen Zandvoort aan Zee. Hoogseizoen, lekker druk dus. En stel je ook eens voor dat jij bij alles waar je een negatieve overtuiging op hebt zitten (wat voorbij komt uit bovengenoemd lijstje) keihard ‘NEE’roept. Wat voor een dag vermoed je dat dit gaat worden? Hoe vrij zal het kind zich voelen?

Kan je nagaan hoe vast dat zet… En dat is ook wat ik merendeels onbewust gewoon doorpaas aan mijn kids. Gun ik ze dat? Nee.

Werk aan de winkel dus 🙂

Ik zeg zeker niet dat je dan dus maar alles moet doen waar je niet achter staat of klakkeloos moet eten wat je voorgeschoteld krijgt. Maar ik heb wel het idee dat er verschillende wegen zijn die naar Rome leiden. Wat is nu eigenlijk het verschil tussen  een  bewust en vrij levend wezen en een verkrampt mens geïndoctrineerd met de zogenaamde ‘juiste’ overtuigingen?

Het onderzoeken waard leek mij…

Veroordelingen en vaste overtuigingen geven een schijnveiligheid, maar kunnen tevens je beweging totaal verlammen denk ik. Wanneer je de uitdaging weer begint te ruiken om de verschillende perspectieven opnieuw te gaan bekijken, dan kan je weer gaan spelen, gaan dansen, gaan leren, dingen in perspectief gaan zien, gaan groeien en gaan lachen, ook terwijl je de zeven kleuren reeds in je broek voelt, hahaha!

Lof

Willemijn

10 TOESCHOUWER VAN EIGEN FILM

film

Herkennen jullie dat?
Dat er anekdotes in je hoofd zitten, die steeds weer de revue passeren. Deze verhalen geven een indicatie van hoe jij je daarbij gevoeld zou kunnen/moeten/horen hebben als kind, maar eigenlijk voel je het niet? Waarom niet? omdat daar iets tussen zit…
Wat zit daar dan tussen?
Zelfbescherming.

Hierdoor blijven de verhalen achter als slechte film in ons hoofd, zonder dat wij echt durven/kunnen/willen voelen wat daarachter zit. Daarachter zit vaak een pijnlijk soort van leeg gat… een in de steek gelaten gevoel…schaamte…afwijzing tot op het bot… emoties die je als kind op dat moment had, (of wat normaal was om gehad te hebben) maar waar geen ruimte voor was.

Zo herinner ik me bijvoorbeeld, dat degene waar ik toen bij woonde, de inhoud van mijn kamer de trap in het trappenhuis van de flat waar wij woonden begon af te gooien. Matras, kleding, spulletjes… En in feite mij erbij. Boem; Deur dicht…
Zoek het maar uit. rot maar op naar je vader of zo!

Ik was toen 9 of 10 jaar oud.

Dit is ergens een absurd verhaal. Grotesk bijna. Maar in mijn realiteit ‘normaal’. Zou het goed doen, op feestjes en partijen (als er niet zo veel schaamte op had gezeten en ik ze verteld zou hebben). Ook geeft het wel inzicht op hoe ‘geflipt’ sommige mensen kunnen reageren.

Aan de andere kant: als ik inzoom op de film die ik zie en mijzelf verplaats in het meisje dat ik toen was…
Wanneer ik mij voorstel dat ik dat met mijn kinderen zou doen…
En dat ik mij realiseer dat op dit soort ‘akkefietjes’ nooit terug werd gekomen, niet over werd gesproken, geen reflecterend of goedmakend gesprek, geen excuses of uitleg…
Dan kan ik daar echt zo’n RAUW en SCHRAAL gevoel over voelen. ik word er bijna onwel van!
Het kleine meisje Willemijn voelt zich hier volkomen waardeloos, weggegooid, afgekeurd, overbodige ballast, afgewezen en uitgekotst!
Dit draagt alles behalve bij aan een gezond en positief zelfbeeld.

En zo heb ik denk ik wel een boek vol aan vergelijkbare herinneringen en waarschijnlijk jullie net zo goed!

Al dit soort herinneringen waren lange tijd toch ergens nog steeds sluimerend aanwezig in mijn onderbewustzijn, waardoor ik eigenlijk standaard rondliep met een gevoel van ‘niet -ok- zijn’.

En vanuit dit gevoel van ‘niet-ok’zijn, creëerde ik mijn werkelijkheid…

Het hielp mij, in mijn helingsproces, om in te tunen op de kleine Willemijn, die getuige was van al deze idiotie. en me nu voor te stellen hoe zij zich toen gevoeld moest hebben. Mijn kinderen hielpen ook daarbij, omdat ik daar een moedergevoel voor heb dat onvoorwaardelijk is en overal doorheen gaat.
Op die manier leerde ik steeds beter te begrijpen en erkennen hoe zij zich gevoeld moet hebben, waardoor ik stapje voor stapje weer wat meer in contact kwam met mijn eigen weggedrukte emoties van toen.
Het is niet zo, dat ik de oude emoties wil oprakelen om vooral maar te zwelgen in het drama, maar juist om er bestaansrecht (h)erkenning aan te geven. om dat kleine meisje Willemijn, die zich niet gezien of gehoord voelde, met terugwerkende kracht alsnog te zien en te horen, in wat zij allemaal meemaakte.
Ik heb jaren lang tevergeefs geprobeerd om deze erkenning bij de ander te halen, maar besef mij nu, na vele tevergeefse pogingen, dat het zo niet werkt. de enige die dit kan geven aan mezelf ben ik zelf!
(al moet ik zeggen: Ik praat hier sinds kort met mijn broer over en dat helpt ook

Ik wil dit graag met jullie delen, omdat daar wat mij betreft enorm veel te helen en te halen valt in jezelf.

Ook ben ik benieuwd naar hoe jullie dat hebben ervaren. zowel toen als nu…

Lof

9 WAAR ZIJN WIL WET IS, BOUW IK MIJN STRAFBLAD OP

hart
Mijn eerste stiefvader was een driftkikker. Als hij mij de wet voorschreef was deze onherroepelijk en bindend.
“…Het was tijd om naar school te gaan, maar ik had een worsteling met aankleden. Daar lag de wollen trui. Ik meen mij te herinneren dat ik die van iemand gekregen had. Er zat ook een kol op. Zo’n alles verstikkende koker, die je om je nek greep en nooit meer losliet. Het was de bedoeling dat ik deze zou aantrekken, maar dat lukte niet, want hij kriebelde. Ik weet nog dat ik het probeerde en dat er een gevecht ontstond. Ik zat voor mijn gevoel vast in die kriebelige en verstikkende dwangbuis. Ik raakte in paniek en wilde dat ding zo snel mogelijk uit, maar dat lukte niet, want hij vond dat ik me niet zo moest aanstellen en hield me tegen. Hij vond dat ik die trui gewoon aan moest trekken en me niet zo moest aanstellen, maar ik vond van niet, want de trui verstikte mij. Hoe hoger de onenigheid opliep, hoe sterker ik op mijn strepen ging staan. Ik wilde die trui uit! Het werd een luidruchtige scene. Op een goed moment was mijn stiefvader het zo zat, dat hij me bij kop en kont pakte en krijsend in de achterbak van zijn auto bonjourde. Ik had geen kleren aan. Zo reden we naar school…”
Behalve lamswol met iets eronder, kan ik nog steeds niet tegen wol. Sterker nog, als ik een wollen tui aantrek of wollen das omdoe, dan raak ik van binnen in een lichte paniek; alsof mij de strot wordt dichtgeknepen.
Zijn opvoedkundige tactieken waren er geen van praten, voelen of luisteren, maar van kop dicht en niet zeiken. Dit heeft mijn zelfbeeld behoorlijk verkloot door de jaren heen.
Wat gebeurt hier?
Naar mijn idee bouwde ik door dit soort ‘akkefietjes’ gaande weg een steeds groter wordend strafblad op. Wanneer ik zijn regel overtrad, moest ik daarvoor boeten. Hij douwde kostte wat kost zijn zin door en ik had het nakijken. Omdat zijn manier er eentje was van ‘korte metten maken met’, voelde ik mij vaak beschaamd. Eigenlijk word je steeds overruled door andermans wil. Wat jij wilt is niet belangrijk genoeg. Sterker nog; het is fout.
Door dit denkbeeldige strafblad dat ik opbouwde, had ik het gevoel steeds achter te lopen en steeds iets te moeten goed maken of compenseren. Ik stond immers bij de ander in het krijt. Tegelijkertijd leverde dit een innerlijk conflict op, omdat ik voor mijn eigen gevoel helemaal niet bij hem in het krijt stond! Maar vanuit een verlangen naar harmonie moffelde ik gaandeweg mijn eigen wil wat weg en richtte ik me steeds meer op de ander, vanuit de underdog positie. (A co-dependent is born here! 😉 )
En dit strafblad werd gaandeweg mijn leven langer en langer. Op den duur mocht iedere oetlul die langskwam er ronduit op bijschrijven. De turfjes die bij elke overtreding werden gekrast, kerfden een groef, steeds dieper in mijn waarheid. Hierdoor werd mijn in te moeten halen achterstand op de anderen groter en groter…
“…Totdat ik aansluiting met het peloton verloor.
Dapper draafde ik door in mijn uppie. Toen ik de laatste man uit het oog was verloren, was ik volkomen spoorloos. Ik had mijn eigen kompas niet bij, want de kopgroep was mijn kompas geweest. Ik had me op de voorsten gericht en iedere stap nauwlettend gevolgd. Verwilderd als natgeregende kat heb ik jaren door de straten van de stad gedraafd, opzoek naar de kopgroep. Of dan ten minste nog de laatste man alsjeblieft… Of desnoods de bezemwagen…
Ik wist van geen ophouden en mijn conditie was aanvankelijk groot, dus dit heeft lang geduurd. Na een slopende strijd ben ik tenslotte door mijn hoeven gezakt op het asvalt. Met mijn strafblad nog altijd stevig onder de arm geklemd. Daar, midden op de weg, heb ik mijn dossier geopend. Blaadje voor blaadje ben ik gaan lezen wat de aanklachten tegen mij waren geweest en welke straffen ik hiervoor had moeten uitzitten of ondergaan. Tegen de achtergrond van mijn zogenaamde wangedrag, tekende zich gaandeweg mijn eigen tegenbeweging weer helder af. Mijn persoonlijke opstand, mijn zelfgebakken recalcitrantie, mijn oprechte verzet, mijn eigen kleine revolutie!…”
Een memorabel moment uit ‘Op reis terug naar mij’. Mijn eigen grond, mijn eigen waar(d)heid en mijn eigen kompas.
HOE LANG IS JOUW STRAFBLAD?
Meer reisverhalen lezen? Neem een kijkje op mijn site en volg mijn blog
Lof
Willemijntenvelden.com

8 MIJN EIGEN VEILIGE STINKHUT

knoflookjes

Toen ik een jaar of 7 was, werkte mijn moeder in Café ‘Het Melkwoud’.. Ik had daar mijn hut onder de bar. Dat vond ik niet alleen erg stoer, ik had daar ook mijn schuilplaats, voor als de deuren van het cafe open gingen en de enge meneren binnenkwamen. Ik mocht meestal zand strooien op de houten vloer. Dit rook naar een echte oude stinkgrond, en het werd heel mooi met dat witte zand erover. (als ik nu in een cafe kom, waar het ook naar schraal bier en peuken ruikt, ruik ik direct de geur van dat zand en voel ik mijn hand in die zak graven.)  Als verdienste kreeg ik dan een gulden om te flipperen. Als de deuren open gingen, was ik snel uitgespeeld en zocht ik dekking in mijn hut. Tussen de grijze vaten en de prullenbak. Het stonk naar knoflook in mijn hut. Dat kwam, omdat er vaak een vreemde man langskwam, die mij steeds een teentje gaf. Hij vertelde dan, dat je heel gezond en oud zou worden, als je iedere dag een vers teentje knoflook at. Ik had een heel klein hapje genomen, maar vond het veel te scherp en vies. Ik durfde hem echter niet tegen te spreken en nam keurig zijn wekelijkse ‘cadeau’ aan. Ik spaarde de teentjes in een klein glas en verstopte deze achter in mijn hut. Na een tijdje begonnen de teentjes sprietjes te vormen en begon mijn hut ernaar te stinken. Het was mijn kleine veilige stink haventje in een grote enge mensenwereld.

Zo zocht ik vroeger vaak van dat soort plekjes op. Ik kon uren aan de waterkant zitten, verscholen onder de struiken, of ergens op een tak in een boom. In de kelder bij mijn vriendinnetje, of tussen de spanten van het oude schip. Het waren allemaal schuilplaatsjes waar ik veilig was, waar ik mijn eigen wereldje creëerde. Ik weet niet goed wat ik daar deed eigenlijk. Een beetje kijken en kletsen herinner ik mij. Eigenlijk gewoon ZIJN. Ik herinner mij ook dat het heel zintuiglijk was op die plekken. wat ik rook, hoe het materiaal aanvoelde, wat ik om mij heen zag, de kleuren, het geluid, de geur…Deze plekken voelen nog steeds veilig. Het heeft mij geholpen in mijn proces, om in gedachten terug te gaan naar deze plekken. Ik vind daar rust en troost. Het is een soort niemandsland waar vrede heerst , waar even helemaal niks hoeft en niks kan gebeuren en alles vooral even helemaal OK is.

Nu ik erover schrijf, besef ik mij ook dat mijn bed voor mij ook zo’n schuilplaats is. Daar heb ik dan ook jaren tevergeefs in doorgebracht. ik begrijp wel waarom… lekker veilig

Hadden jullie dat ook vroeger?

lof

willemijntenvelden.com

7 aandacht op -AFWIJZING- op aandacht

afwijzing

 

Dit schreef ik ooit in mijn dagboek…

Ik schoot gisteren sinds tijden weer in een flinke flip. Ik noem het maar even een ‘cocon van zelfdestructie’. Ik stond erbij en ik keek ernaar. ik zag het gewoon gebeuren. Ik ging steeds harder rondtollen in die cocon, tot ik langzaam richting paniek raakte. Maar ik raakte niet in paniek, want ik kon ernaar blijven kijken. Voorheen zat ik echt in die cocon, dacht ik dat ik het was en flipte ik langzaam compleet de pan uit. soort implosie van zelfhaat werd het dan.

What’s keburt?
Ik had een heerlijk avondje gerepeteerd en ging nog even bij een vriend langs, die een jamsessie in een cafeetje leidt. Aan het einde van de avond, er zat bijna geen hond meer, hangt een andere vriend mij een gitaar om en zegt; ‘Zo, laat jij nu ook maar eens wat horen’. (gewoon als aanmoedigingsgrapje)
Eigenlijk voelde ik het toen al ontstaan, maar ik heb het genegeerd. (kom ik zo op terug) Ik ben een nummer gaan spelen, mensen hebben geklapt en ik was af! ik schoot volkomen in de zelfafwijzing. rondtollend in die cocon heb ik afgerekend en ben ik naar huis gegaan. Alsof mijn hele wereld ingestort was! Het klinkt wat overdreven, maar zo voelde het écht. Ook in bed heb ik er nog lang over liggen tollen en zelfs de volgende ochtend werd ik wakker met een gevoel van alles willen opgeven. Met alle muziek willen stoppen en ook nooit of te nimmer meer iets voor iemand spelen!!! (gewoon lekker boos, om het gevoel wat daaronder zit niet te hoeven voelen)

Waar gaat dit over?
Ineens kreeg ik helder wat er nu eigenlijk gebeurt. Het is een overlevingspatroon:
Ieder kind wil gezien worden door zijn ouders. Ik dus ook. Maar mijn moeder was voornamelijk met haar eigen ‘problemen’ bezig en had dus eigenlijk niet echt oog voor mij. Ik voelde me niet gehoord en niet gezien. Iedereen zijn eigen strategie, dus ik de mijne: Ik begon te schreeuwen om aandacht. Ik werd irritant, hysterisch, boos, zeurderig en recalcitrant. want ik wilde aandacht, maar ik kreeg m niet, want niemand luisterde!!! Uiteindelijk kreeg ik wel aandacht, namelijk: Afwijzing. Ik werd het irritante, zeurende kut kind, ik werd met fysiek geweld mijn slaapkamer in geforceerd, afgeschreven als aansteller en herrieschopper. en er werd nooit op terug gekomen.
Daar is de koppeling in mijn hoofd ontstaan.

AANDACHT = AFWIJZING EN PIJN

En dat heb ik braaf overgenomen in mijn mindsets en heb daar later zelf afwijzing voor in de plaats gezet. En dat is wat er gisteren gebeurde: Ik vraag om aandacht (want ik ga een liedje spelen) en dat is ergens al fout! eigenlijk ben ik dan al ‘af’. Maar ook dit is weer zo dubbel, want een ander deel van mij heeft nog steeds honger naar aandacht, als een klein kind. Ik snap ook nu dat ik de theaterschool ben gaan doen; ik wilde gezien worden!! en ik snap ook nu waarom daar geen carrière is uitgekomen; Gezien worden staat voor afwijzing! En ik snap ook nu waarom ik het lastig vind mijn eigen bedrijf echt stevig neer te zetten; Jezelf laten zien staat voor afwijzing!! Schaam je om aandacht te vragen, of, sloof je niet zo uit… het is eigenlijk nooit gewoon even goed voor wat het is.

Dat is dus een knoop waar ik dagelijks in terecht kom eigenlijk:
Het deel van mij dat gezien wil worden en het deel van mij die dit afwijst. Het perfecte recept om vast te draaien in jezelf lijkt mij!

Tompoes, verzin een list… hoe kom ik hier uit?
Eerst maar eens spotten wanneer het gebeurt. Meestal is verder bewust worden van je eigen patroon al een grote stap in een goeie richting…

Hebben jullie hier ook ‘last’ van?
Het lijkt wel een soort auto-immuun- ding… waarmee je steeds je eigen saboteur blijft en voorkomt dat je zelf succes hebt…

Lof

Willemijn