55 LAF OF LIEFDE?

zelfkastijding

De Witstraat. Ik was 10. Wimpers afgeknipt. Wenkbrauwen ook. Geschoren met de tondeuse van mijn broer. Zag er niet uit! Snel weer bijgetekend met viltstift. Wat moeten de mensen wel niet gedacht hebben. Ik wist niet waar ik het zoeken moest. Ik moest mijn woede weg. Er ontvlamde steeds een vloeibare vuurbal in mij, die met alle macht binnen diende blijven. Een verboden draak was ik. Doven zou het. Hoe krijg je dat voor elkaar…?

Zelfkastijding. Ik weet nog dat ik op mijn bed zat om het te gaan doen. Maar hoe dan en waarmee eigenlijk?

Eerst met blote hand, maar dat is echt moeilijk! Er moet iets tussen zitten. Misschien van wege dezelfde reden dat je honden ook nooit direct met blote hand moet slaan. Je moet iets nemen, een stok of een krant ofzo… Dan denken ze dat jij het niet bent en worden ze niet bang voor je. Zou ik dan soms bang voor mezelf worden, als ik het met eigen hand zou doen?

Er moest iets tussen dus. Maar jeetje,  het deed echt hartstikke zeer joh… Eigenlijk niet te doen gewoon! Wilde ik nou eigenlijk de pijn, of wilde ik de bult? Zodat anderen zagen dat ik pijn had gehad? Ik denk het tweede. En dat ik dan tenminste een geldige reden zou hebben om getroost, verzorgd en gekoesterd te worden…

Je hoort het mensen wel eens op licht verwijtende toon zeggen: ‘Ach, die doet het alleen maar om de aandacht te trekken…’  Inderdaad. Ja. Ik wilde niets liever dan gezien, gehoord, gevoeld en geaaid worden… Ik had onstilbare trek. Uitgemergelde honger naar warmte en genegenheid. Ik was tot moorden in staat voor liefde!

Nog met ‘t hoofd tegen de muur geprobeerd. Vel trekken, draaien, knijpen, schuren, afknellen, prikken, branden. Het leverde toch niet het gewenste effect op. Met de achterkant van de haarborstel kreeg ik uiteindelijk een pijnlijke blauwe plek op mijn voorhoofd, maar die zag je nauwelijks… Ik wenste dat het zichtbaar was. Maar bleek er te kleinzerig voor…

Ik was laf.

Of hield ik misschien toch net iets meer van mezelf, dan van de aandacht van de ander?

Gaandeweg had mijn woede en frustratie plaats gemaakt voor kinderlijke verwondering.

Dit soort dingen waren blijkbaar toch niet echt voor mij weggelegd.

Al begreep ik wel waarom…

54 GINGER

ginger2

blinking back through dusty hay

bolting fire-wild black horses

Im freezing still just blanckly gaze

facing my steal barred remorses

.

My wirry world is spinning around

for all that came, not there to stay

yes, I got lost and I found

it just showed me my way

.

bare winds howling throug my mind

silent tears dried in to sallt and burn

 ginger little girl, left behind

still waiting for het heart to return

.

Dry flesh and bones, sore vellum skin

old sticky thoughts keep creeping in

lost sense of self and track of time

nowhere to go, nothing to find

.

Run, run, I’m shackled in vain

free,  release the strain

 go,  I need to revolt

 burn, my fire of gold

.

bare winds howling throug my mind

silent tears dried in to sallt and burn

ginger little girl who was left behind

still waiting for het heart to return

.

So even when Im grey and done

Ill find this precious heart of mine

emerge my beaming inner sun

to only keep it warm and shine

.

.

Als je wilt, kun je het liedje hier beluisteren:

https://www.youtube.com/watch?v=Cgs3Z_cNovI

53 GRONDVERF

GRONDVERF

Als kind groei je op. Niets vermoedend van hoe het er bij andere mensen achter gesloten deuren aan toe gaat. Zo goed en kwaad als het kan. Eigenlijk vind je niet echt iets van de dingen die er gebeuren; ze gebeuren gewoon en jij verhoudt je ertoe. Je hebt nog geen referentiekader, geen vergelijking, geen relativeringsvermogen, geen besef van heersende normen of waarden. Wat je wel hebt is een gevoelslichaam. Dit lichaam reageert op situaties en slaat deze als ervaringen, als ‘leermomenten’ op. Je gevoelens zorgen hierin voor je ter overleving. Wat niet prettig voelde, wil je niet nog een keer. Dit wordt aangestuurd door onze kleine hersenen. Het gaat over overleven. Zo leren wij. Kachel + hand = au!  Dus niet meer doen volgende keer…

We leren dus door het leggen van koppelingen in ons hoofd. Voornamelijk vanuit oorzaak en gevolg.

Deze zogenaamde ‘mindsets’ zetten je als het ware in de grondverf voor je verdere leven. Dit is het basisscript waarvan je uit gaat. Het draaiboek dat je afdraait.  De koppelingen die je als kind hebt gelegd, zijn veelal naar het onderbewuste level gezakt, dus daar ben je je in je huidige leven vaak niet meer bewust van.

Je Draaiboek is dat wat je steeds herhaalt, vanuit de langspeelplaat die je iedere dag afdraait in je hoofd.

Deze plaat bestaat o.a. uit je overtuigingen, geloof, verwachting, mindset, wereldbeeld, instelling, zelfbeeld, hoop en perceptie. Hij vertelt je in feite wat  (niet) te denken, wat (niet) te voelen en wat (niet) te doen.

Al het hierboven genoemde is zeer onderhevig aan conditionering, training, indoctrinatie, programmering, brainwashing…. geef het een naam…

En wie helpen ons verreweg het meeste, met het creëren van onze mindsets?

Meestal zijn dat onze ouders of opvoeders.

Weet jij nog van vroeger, toen je kind was, hoe jouw vader of moeder of hoofdverzorger in het leven stond, wat zijn of haar kijk op de wereld was?

Zeer grote kans dat jij (voor een groot deel onbewust) de zelfde instelling en gedachtenpatronen hebt over genomen. Ook als je direct roept: ‘Nietes, ik doe het juist totaal anders dan mijn ouders!’ is dit vaak intern een (tegen) reactie, vanuit precies dezelfde onderliggende programmering.

Je kan je voorstellen bij jezelf, welke koppelingen je als kind legt, wanneer je ouders, of één van je ouders afwezig of niet (emotioneel) beschikbaar voor jou was.

In mijn heelwordingsproces is het helpvol geweest, om me bewust te worden van mijn gedachtes, gevoelens en gedragingen. Vanuit de langspeelplaat, die ik continue afspeelde in mijn hoofd. Toen ik dingen begon op te schrijven, ging er langzaam een beerput open aan zelf-saboterende, kleinerende, afkeurende, destructieve, haatdragende, verwerpelijke en wantrouwende gedachtes die ik over de ander, maar in wezen nog meer over mezelf had! Dat was echt wel ff slikken… maar ook zeer verhelderend.

Ik begon te herkennen hoe ik mijzelf steeds onderuit haalde of belachelijk maakte, verschool of indekte. En hoe ik de wereld om mij heen daar in feite verantwoordelijk voor hield ook nog eens! en daar schaamde ik me dan weer voor, want dat vond ik afschuwelijk slecht en kinderachtig van mezelf. Ik ging steeds meer zien hoe ik mezelf gevangen hield met de mantra’s op mijn eigen langspeelplaten die ik dag in dag uit afdraaide. Het waren mijn gedachten… maar waren ze ook echt van mij? Was ik dat echt? NEE.

Dit waren gedachtegangen die ik als kind had gezien als voorbeeld en dus heb overgenomen. Zo leert de mens nu eenmaal.

Maar als je het kan leren, dan kan je het ook ont-leren! Van de harde schijf verwijderen dus.

Bij mij is dit een best lang en intensief project. Ik merk dat het om bewustwording vraagt. Als ik niet oplet, verval ik in oude groeven en sporen, die ik reeds dacht te hebben ont-leerd.. Het gaat om het creëren van nieuwe verbindingen in het brein, waardoor dit de gangbare paden gaan worden. Dit vergt aandacht en toewijding.

Hoe bewust ben jij je van de langspeelplaten in je hoofd?

Welke ‘riedeltjes’ draai jij voortdurend af en wat zeggen deze? Komt dit overeen met hoe jij je opvoeders hoorde praten of denken? Hoe ga jij hiermee om? Heb jij een manier voor succesvol herprogrammeren die je met ons wil delen?

Let us know!

lof

Willemijn

52 TER OBSERVATIE

vosje

 

WIE WAS TOCH STEEDS DIE VROUW DIE…

 

Die op een blauwe maandag in haar auto zat en erachter kwam dat de straat waar zij op dat moment op reed, niet van haar was, maar wel van alle andere automobilisten in de stad.

Die vrouw die geneigd was om aan alles en iedereen voorrang te verlenen?

Die met geknepen billetjes haar bestelling bij de bakker deed, omdat ze de boel niet te lang op wilde houden.

Die vrouw die van tevoren, terwijl ze in de rij stond te wachten, precies bedacht wat ze wilde. Terwijl er streng in haarzelf klonk, vlak voordat ze aan de beurt was: “Rap zeggen. Niet te zacht, ook niet vervelend hard, niet te snel, maar ook weer niet te sloom graag!’ Waardoor het haar vaker was overgekomen dat ze daar zo mee bezig was, dat ze eigenlijk vergat dat ze er nog iets bij had ge wild.

Die vrouw die nooit echt ontspannen kon liggen om zich te laten masseren door iemand. Ook niet professioneel. Lukte niet. Omdat haar hoofd dan op hol sloeg.

Die vrouw die continue bezig was met zich in te denken hoe de ander haar op dat moment beleefde.

Die vrouw die elk hobbeltje, pukkeltje, zweetluchtje of spierspanninkje mee voelde, rook en zag, met de ingebeelde mening van de ander.

Die vrouw die de klok steeds zo hard de secondes weg hoorde tikken, dat ze er niet meer NIET naar kon luisteren. Waardoor deze vrouw voortdurend dacht, dat de ander eigenlijk geen zin meer had, maar het enkel deed om haar te paaien.

Die vrouw die spanning in haar lijf ervoer, tijdens de tien minuten gesprekjes van haar kinderen op school. Waarbij de eerste 4 minuten nog wel ok gingen, maar dat de spanning daarna opliep; Na vijf begon de klok immers reeds de tien alweer te naderen… Dat dan haar binnenregisseur zich liet horen: “Afronden dames en heren, afronden!”.

Die vrouw die vervolgens eigenlijk niet meer goed kon nadenken en in haar eigen fuik van afsluitende gedachten terecht kwam.

Die vrouw die dan meestal maar een standaard eind riedelje inzette, of eigenlijk toch nog heel veel wilde zeggen en vervolgens, om dit nog vlak voor de eindstreep te kunnen halen, razendsnel, bijna zonder ademhalen tussendoor, begon te raaskallen!

Die vrouw bij wie het blijkbaar op het voorhoofd geschreven stond, wanneer zij ergens een kopje koffie ging drinken, waar het hectisch druk was: “Deze mevrouw blijft altijd vriendelijk en vindt het totaal geen probleem om haar koffie staand, als allerlaatste, lauw vanaf het schoteltje te slurpen, met het koekje daarin. Ook wanneer je onaardig tegen haar doet, geeft ze nog steeds fooi”.

.
Die vrouw die sowieso nooit naar de dokter ging, maar bij wie het, als ze toch echt moest, al op de fiets begon…

Die vrouw van wie haar hoofd dan dacht: ‘Wat zit je jezelf nou aan te stellen? Er is helemaal niks aan de hand. Ben je misschien niet stiekem een heel klein beetje een hypochonder?’. En dat er dan in de wachtkamer meestal nog een schepje bovenop kwam.

Die vrouw die zag dat het vanwege drukte uitliep, waardoor ze het gevoel begon te krijgen dat ze de kostbare tijd van deze hardwerkende man verprutste met haar overdreven wissewasje. Vooral wanneer er iemand na deze vrouw de wachtkamer binnenkwam, met hoogst waarschijnlijk iets veel ergers dan zij!

Die vrouw die zich dan schuldig en ongemakkelijk voelde omdat ze voor ging. Eh…herstel: ze ging niet voor, ze ging gewoon toen ze aan de beurt was.

Terwijl die vrouw WIST dat het gewoon ok was, voerde die vrouw toch steeds een onophoudelijk strijdvaardige dialoog in eigen hoofd.

Die vrouw voor wie het bijna onmogelijk was, in een fietsend drietal één van diegenen te zijn die naast elkaar fietste, zonder zich voortdurend ongemakkelijk en schuldig te voelen over het ‘ach en wee’ van het achterblijvende derde wiel aan de wagen, van wie zij zojuist waarschijnlijk de plaatst had beroofd.

.
Die vrouw die zich schuldig maakte aan van die kleine, bijna niet te merken dingen als: Net vóórdat de tandartsstoel omhoog komt, zelf naar boven komen, voor mensen aan de kant stappen vlak voordat ze haar aanraakten, bij het geven van een hand meestal de eerste zijn die deze weer terugtrekt.

die vrouw die, wanneer zij ergens nieuw kwam, altijd de dichtstbijzijnde uitgang en mogelijke vluchtroutes checkte.

Die vrouw die een hekel had aan afscheid nemen: Hop, weg=weg!

Die vrouw die altijd de blikken van de ander volgde. En wanneer deze op haar gericht waren, zij zich zeer ongemakkelijk voelde.

Die vrouw die het gevoel had dat er dan iets van haar verwacht werd en nauwelijks nog stil kon blijven zitten. Om over iemand echt aankijken maar niet te spreken…

.
Voor die vrouw was het blijkbaar lastig om ruimte en tijd in te nemen op deze aardkloot. Dit had uiteraard ook gevolgen op het gebied van vriendschappen, relaties, wonen en werk gehad. Het was hierdoor lastig voor die vrouw om ‘poot aan de grond’ te krijgen. Het voelde als op een enorme afstand, bijna vervreemdend was dat.

 

En de moeite vooral ook, die het kostte…

Zou deze vrouw soms niks beters te doen hebben gehad?

Had niemand haar even kunnen vertellen dat ze het allemaal niet zo ingewikkeld hoefde te maken?

Dacht deze vrouw misschien echt, dat mensen haar aardiger of beter vonden, als ze zich zo gedroeg?

Waarom had deze vrouw zich dit vreemde patroon in Godsnaam eigen gemaakt?

Had ze inmiddels misschien de ONZIN hiervan in de gaten gekregen?

.
LEEFT DEZE VROUW SOMS OOK IN JOU?

 

50 SCHRALE OOGST

WHAT GOES AROUND

Er zijn een paar vrouwen geweest bij wie ik mij veilig en geborgen wist als kind. Een belangrijke was Marie.

Marie woonde samen met haar vriend Kees, tijdelijk bij mijn ouders in huis. Op de hobbykamer. Geen idee voor hoe lang dit was. Wel heeft deze vrouw veel voor mij betekend.

…Je tilde mij ’s avonds op de koelkast naast het gasfornuis, zodat ik met een houten lepel in het steelpannetje kon roeren. We maakten dan samen de saus of de soep. Eerst zoveel keer linksom draaien, dan zoveel keer rechtsom. Links was naar het lichte raam toe, rechts was naar de donkere stenen muur. Ik zie nog altijd dit beeld voor me, wanneer ik links en rechts even kwijt ben. Je leerde mij de letters van mijn eigen naam in vermicelli. Als alle letters van de mensen die mee aten in de soep zaten, dan was ie klaar!               We zongen liedjes terwijl we in de tuin op zoek gingen naar stinkende gouwe, om op het wratje bij mijn pink te smeren. Je naaide een prachtige jurk met houtje-touwtje knopen, speciaal voor mij. Je leerde me mijn veters strikken. Als er eens een pleister af moest, dan deed jij dat rustig en zachtjes. Ik was heel graag bij jou in de buurt en zat het liefste zo dicht mogelijk naast je…

DANK JE WEL DAT JE ER WAS MARIE.

Ik heb best veel positieve herinneringen aan dingen die ik meemaakte en aan de mensen die daarbij betrokken waren.

Naar mijn idee gaan mijn herinneringen niet enkel over trauma’s en onderweg opgelopen kwetsuren. Ik herinner mij de dingen vooral, wanneer de beleving intens was, of een ervaring indruk op mij maakte. Het zijn sleutelmomenten, mijlpalen, momenten van koestering en nabijheid, eerste keren, uitdagingen, gevaar, overwinningen, verliezen en afsluitingen, die mijn persoonlijke geschiedenis kleuren.

Of zogenaamd onbeduidende dingen als: Spelletjes spelen, voorgelezen krijgen, getroost worden na een val,  aangemoedigd zijn bij sport en spel, grapjes delen, leren schrijven, een aai over je bol voelen, leren klokkijken, je gezien weten, leren fietsen, banden leren plakken, voor het eerst schoolboeken kaften, hand in hand lopen, huiswerk support, wegbrengen en ophalen, ingestopt worden, samen iets ondernemen, verzorging bij ziekte, pijn of verdriet.

Maar. Aan mensen die daar weinig bij betrokken waren, heb ik logischerwijs ook weinig herinneringen. Mijn moeder is daar helaas één van.

Ik kan gaandeweg meer begrip opbrengen voor allerlei redenen,  waardoor voor mij belangrijke figuren, slechts grillig thuis gaven in mijn leven als kind.  Nu ik zelf meer beproevingen van een grotenmensenbestaan heb mogen ervaren, kan ik soms compassie voelen, voor hen, die hier niet tegenop gewassen bleken. Ik vraag ik me ook regelmatig af, of ik dat zelf wel ben…

Daarnaast kan ik echter niet ontkennen wat dit met mij gedaan heeft als kind, als opgroeiende puber, als jong volwassene en als moeder:

IT CREATED A MESS IN MY MIND!

Voor mijn eigen aandeel leer ik gaandeweg de verantwoordelijkheid nemen, maar ook oefen ik in gezonde grenzen stellen, die mijn eigen groei en welzijn bevorderen. Al begrijp ik, dat dit ook pijnlijk tegen de borst stuit.

 

What goes around comes around.

Het is een natuurwet.

 

SCHRALE OOGST

Wij lepelen nu ons karig maal

In stilte

Dit barre veld.

Vruchtbare grond

Braakliggend land

oogst niet vergaan

nauwelijks geploegd

mager gezaaid

Het mijnenveld van haar jeugd

Te vergeefs

Geen poot om op te staan

Explosiegevaar

’49 ZEGT DE MUG TEGEN DE OLIFANT: ‘GEEF MIJN PORTIE MAAR AAN FIKKIE!

mug

 

Buiten proportioneel

Bovenmaats

Overdreven

Dramatisch

Niet waar

Abnormaal

Buitensporig

Aanstellerig

Uit verhouding

Ik heb als kind vaak te horen gekregen dat ik me aanstelde, dat ik overdreef, dat ik dingen groter maakte dan dat ze waren, of dat ik ze verzon of zag vliegen.  Ik heb dit ervaren als een enorme domper op, en een ontkennen van mijn oprechte waarneming en beleving. Nu zie ik, dat ik als kind ook extreem gevoelig was voor bepaalde dingen. Neem bijvoorbeeld GELUID:

Ik kon er niet tegen. Krakende papiertjes, ritselende kranten, smakkend eten, harde muziek, een langsgierende ambulance, verschillende muzieken door elkaar, tikkende ballpoints, kauwgom etende mensen, getrommel op tafels, schel of hoog fluitende meneren op de fiets, harde stemmen, het hoorbaar doorslikken van een slok drinken, overvliegende tuigen,  de beat van electronische muziek, schreeuwende kinderen, het restgeluid van iemand zijn koptelefoon in de trein, bepaalde klanken in Amerikaans of Chinees, het ‘knerspen’ van een bladzijde, tussen duim en wijsvinger, voordat de bladzijde word omgeslagen, de hoge tonen van de stofzuigermotor van de buren, het aflikken van vingers, een zoemende airconditioning, , snurkende mensen, toetsenborden met geluid…

Deze klanken, piepen, tonen, brommen, tikken en geluiden gingen bij mij door merg en been, en ik had geen flauw idee hoe ik me daarvoor moest of kon beschermen! Mijn ogen kon ik tenminste gewoon dicht doen, maar mijn oren niet. Ik kon het lawaai wel dempen met mijn handen, maar het was de trilling die overal doorheen ging. Geluiden waren er gewoon en ik moest ermee zien te dealen. Maar dat lukte mij niet. Voor mijn gevoel kon ik geen kant op, zat ik volkomen gevangen in dat alles overheersende ‘veld’, dat z’n geluid door mij heen boorde. Dat klinkt inderdaad overdreven, maar dit was wel hoe ik het oprecht beleefde.

Zo was mijn broer flink aan de weg aan het timmeren als Hiphopper. Hij draaide hierdoor non-stop snoeiharde beats op zijn drumcomputer 808. (wie van de KRECKS kent ‘m niet 😉 ) Er zat geen tijdslimiet aan en ook geen volume begrenzer op. Het beukte elke dag en iedere avond door en ik voelde mij vogelvrij verklaard! En ik weet dat ook dit velen van jullie een wenkbrauw zal doen optrekken, maar voor mij was dit rampzalig. Alsof ik volkomen gepenetreerd werd door dit geluidsraster. Door de computerbeat had ik het gevoel dat mijn hart van slag raakte. Alsof mijn hartslag steeds net iets te laat was voor de grens van de volgende bassdrum. Deze zag ik als vierkant afgemeten hokjes, waarin iedere slag van mijn hart gevangen genomen werd. Ik voelde mij compleet overmand en raakte hierdoor opgefokt. Ik werd boos, omdat ik wilde dat het ging stoppen. Maar het stopte niet en dat zou het voorlopig ook niet gaan doen ook. Totaal radeloos, machteloos en gefrustreerd leek hysterie soms de enige uitweg. Als ik zelf heel hard ging gillen, overstemde ik daarmee blijkbaar de ongewenste geluidsgolven die zo dwars door mij heen denderde. Alsof ik met mijn eigen geluid een barrière opwierp voor te tegenaanval.  Maar ook dit loste niks op. Ik denk dat dit tevens heeft bij gedragen aan het ontvluchten van thuis.

Toen ik achter in de twintig was, heb ik hier een periode lang weer erge last van gekregen. Op een gegeven moment kon ik eigenlijk niet meer zonder oordopjes naar buiten. Het was me gewoon echt allemaal te veel, waardoor ik voortdurend geïrriteerd en onderdrukt chronisch gestrest raakte.

Pas veel later, heb ik een aantal handvatten gekregen om hiermee om te leren gaan. Wat een verademing was dat! Het blijft echter nog steeds een gevoelig puntje voor mij. Ik heb een hartgrondige allergie voor elektronische muziek ontwikkeld. Als ik er ongewild naar moet luisteren, slaat iets in mij direct weer op tilt. Het voelt als claustrofobie voor geluid. Mijn kinderen vragen mij wel eens: ‘Mam, als je zou moeten kiezen tussen blind of doof, wat zou jij dan…?’

DOOF IN GODSNAAM DÓÓÓFFF!!

Even terug naar de reden van dit verhaal. Ik wil er graag 3 dingen over uitlichten:

  1. Wat moet een kind met de boodschap: ‘je overdrijft’ ‘je stelt je aan’ ‘maak niet zo’n drama’ ‘je maakt het groter dan het is’ ‘zeur niet zo’ ???

Wat nou als het kind het oprecht zo beleeft? In mijn geval kan ik zeggen, dat ik inderdaad overgevoelig ben voor geluiden. Nu nog steeds. Ik heb regelmatig dat ik ergens een storend hoge piep of een brom hoor, terwijl de rest nergens last van heeft. Sterker nog, ze horen ‘t niet eens. Logisch uiteraard, dat je je niet stoort aan iets wat je niet hoort. Maar wat nou als je het wel hoort? En vervolgens ook niet weet hoe hier mee om te gaan? Dan raak je overprikkeld. En gefrustreerd.

Ik zie nu, dat dit bij mij als kind is gebeurd. Ik had blijkbaar overgevoelige zintuigen (dit wordt overigens hier en daar in relatie gebracht met prematuren) en daarnaast ook een behoorlijk rijke fantasie, een groot beeldend vermogen en een haarscherp geheugen.

  1. Maar wat ís dan de juiste proportie, de correct gemeten maat, het goede spoor?

En wie bepaalt deze? Ook ik ben geneigd om de juistheid van de proportie te bepalen, aan de hand van de portie die ik op mijn eigen bordje heb liggen. Ik kan vinden dat de ander iets uit verhouding trekt, maar meestal blijkt dit de verhouding van mijn eigen waarneming tot andermans portie te zijn. Of alles wordt naast de maatstaven gelegd van een landelijk gemiddelde, de heersende ‘norm’‘… Op deze manier kan ik vinden dat de ander overdrijft of juist niet. Hetgeen wordt waargenomen blijft altijd subjectief en relatief.

  1. Hoe kan een kind zijn eigen beleving binnen een gezonde context, in relatie tot de realiteit, in de juiste verhouding leren plaatsen, of met iets buitenproportioneels leren omgaan, wanneer het hier geen voorbeeld in krijgt, of hierin niet begeleid wordt?

Zo kon mijn fantasie volledig met de realiteit aan de haal gaan, waardoor ik erg bang werd en me zorgen maakte. In de meeste gevallen was er echter geen ouder aanwezig die mij leerde dat de aardse realiteit soms anders was dan wat ik mij verbeeldde in mijn hoofd. En in andere gevallen berustte mijn angst wel degelijk op een waargenomen realiteit, aan de hand van eerdere ervaringen die ik had opgedaan.

Omdat mijn moeder vaak afwezig of niet beschikbaar was, vanwege haar eigen gedrogeerde of gedissocieerde roes, als vlucht uit de realiteit, omdat ze hoogst waarschijnlijk zelf net zo overgevoelig was als ik, en ook niet geleerd had van haar getraumatiseerde moeder hoe ze daarmee om kon leren gaan. Omdat haar moeder dat waarschijnlijk ook niet had geleerd van haar moeder, die het ook weer niet geleerd had. En een ketting is geregen!

Een van mijn dochters heeft het zelfde als ik met geluid. Ze kan er niet tegen. Vanuit mijn eigen negatieve conditionering was mijn reactie naar haar op een gegeven moment ook: ‘Nou, nu ben ik er klaar mee, stel je niet zo aan!’. En ik hoorde het mezelf zeggen. Oeps… pijnlijk spiegelend leermoment!

Het blijft een zoeken naar een balans. Deel van haar buitenproportionele reactie komt voort uit haar oprechte waarneming en beleving vanuit haar overgevoeligheid voor geluid. Aan de andere kant is haar uitdaging (en die van mij) om een manier te vinden om hier mee om te leren gaan. Dit heeft ook baat bij begrenzing, zowel op inkomende prikkels als op het op hol slaan in een hyper-reactie en overdrive. Opdat de emoties niet met de waarnemingen aan de haal gaan, zoals dat bij mij het geval was. Daar heeft een kind naar mijn idee begeleiding bij nodig