62 RELATIVITEITSTHEORIE

relativiteit

-Vorige week deelde iemand mij in alle serieusheid mede dat ik weigerde naar mezelf te willen kijken, vanmorgen vertelde iemand mij aan de telefoon, dat ik altijd zo bezig was met het uitpluizen van mezelf en mijn patroontjes.

-Toen ik vorige maand in een cafétje een liedje speelde, bekroop mij het gevoel van een totaal falen, terwijl ik van de week nog per e-mail benaderd werd, of ik alsjeblieft wilde komen spelen op zijn feestje, omdat hij zo van mijn muziek had genoten in dat betreffenden cafétje.

-Terugkijkend op mijn kindertijd vind ik, dat mijn moeder het ons veel te vaak zelf maar wat liet uitzoeken. Terugkijkend op mijn kindertijd werd ik misschien wel wat aan mijn lot over gelaten, maar heb een hele hoop dingen daardoor lekker zelf kunnen uitzoeken.

-Vorige week donderdag om tien voor zes in de avond, werd ik omhelsd door mijn dochters, omdat ik had toegestemd om vanavond Sushi te bestellen voor het avondmaal. Nog geen tien minuten na de bezorging van het eten, had ik twee boze dames aan de tafel, die mij verweten dat er helemaal nooit iets lekkers voor hun te eten was! (ze vonden het niet lekker)

-Vanmorgen schreef ik in minder dan een half uurtje tijd mijn dagelijkse bespiegeling en ik was tevreden. Gisteren zat ik er de hele dag een beetje over te typen en te tobben en vind ik hem middelmatig… Moet ik dan meer mijn best doen om niet zo mijn best te doen misschien?

-Zojuist vertelde een uitgever mij, dat mijn verhalen wat korter moesten om interessant te kunnen worden, terwijl ik eergisteren door een andere uitgever werd aangemoedigd, mijn verhalen wat langer te maken.

-Wanneer ik met Jan schaak, dan kan ik het best aardig, maar schaak ik tegen Piet, dan kan ik het niet!

-Mijn tweeling lijkt, volgens sommigen, als twee druppels water op elkaar, terwijl ze twee-eiig zijn. Ja, dat zei ik toch: 2 druppels, 2 eieren! ow ehhh…

-Er is altijd wel iemand S&J$ES dan ik ben, maar er is ook altijd wel iemand SXJ&O$ dan ik ben. En dat terwijl HGTRF dondersgoed weet, dat ik eigenlijk op donderdag middag, normaal gesproken helemaal nooit HGTYU!

-Wanneer u naar links kijkt, ziet u rechts niet wat onder zou kunnen zijn, van bovenaf gezien dan he…

-Als jij dan ik, mits we daar niet standaard aan voldoen wanneer het vriest.

Eigenlijk is het ook nooit goed, heeft er altijd wel iemand kritiek, weet iemand het toch weer beter dan jij, trek je aan het kortste eind, begrijp je het weer eens totaal niet… en als anderen dat niet vinden, nou, dan jij zelf maar… ZUCHT…

Wat maakt het ook allemaal nog uit…

Ja, inderdaad WAT maakt het dan eigenlijk allemaal nog uit?

Geen drol, geen reet, geen mallemoer!

In feite is het dan net zo goed altijd goed, met of zonder kritiek, weet iedereen wel wat, trekt ieder aan zijn kortste of juist langste eind en lult iedereen zijn eigen verhaaltje recht, zoals hij of zij het naar eigen interpretatie en kunnen op dat moment begrepen heeft.

 

HET IS MAAR NET HOE JE HET BEKIJKT

Hoe bekijk jij het vandaag?

BEKIJK HET MAAR!

61 MOEDERMANNEN

hulk

Daar heb ik er een aantal van ontmoet. Ik vermoed dat mijn moeder een zeer aantrekkelijke jonge vrouw was, want ze kwamen in regelmatige vlagen. Meestal waren ze veel te druk met haar in de weer, maar soms ook konden ze zich plotseling tot mij richten. Er werden dan grapjes gemaakt die ik niet begreep, ik werd zomaar opgetild en ergens neergezet, of veel te lang gekieteld. Soms vuurden ze vragen op mij af, die ik dan moest beantwoorden. Blijkbaar begrepen alleen zij wat de lol er van was. Ik voelde mij hier altijd zeer ongemakkelijk bij en hoopte dat ze snel weer met elkaar bezig zouden gaan. Als ze dan ook nog eens bij ons thuiskwamen, vond ik ze helemaal vervelend.

Er moest dan meestal ook via mij worden bewezen wat deze meneren wel niet allemaal in hun mars hadden. Of ze gingen laten zien hoe geweldig leuk ze met kinderen konden spelen, of ze zouden hun pedagogische onderlegdheid wel eventjes via mij aan haar tonen. Gingen ze ineens volkomen ongepast de blije creatieve eikel uithangen ofzo, of de invoelende, geduldige en liefdevolle stiefvader in spé spelen, of soms zelfs aantonen dat de strenge hand dé manier tot vruchtbaar opvoeden was. Of we gingen zomaar iets leuks doen, out of the blue… Dat voelde voor mij als ‘vader-en-moedertje’ spelen. Nou ja, dat speelden zij dan. Mocht ik ongevraagd de figurantenrol als kind vervullen… Zat ik zomaar weer ineens een halve dag bij een wildvreemde man op zijn nek, of moest er zo nodig met mij samen ‘gezellig’ ontbijt op bed gemaakt worden voor haar… Werden we weer door een of andere vreemde kerel met gierende banden opgehaald of thuis gebracht…

Elke man bedacht wel weer een eigen tactiek, om zich via mij aan haar te bewijzen als voorbeeldig en geschikt partner. Ik voelde mij meestal gewoon in de maling genomen.

Na nummer zoveel begon ik er wel genoeg van te krijgen. En wanneer ik mijn gewillige medewerking niet meer gratis en voor niets verleende, kon ik een sneer van ze verwachten.

Doorzichtig nep gedrag. Laat me toch met rust eikels!

Ik passeerde er niet al te lang geleden nog eentje. Deze probeerde om 3 uur ’s nachts, met zijn inmiddels zwaar verlopen kop, wild te plassen in de gracht, terwijl hij zwalkend, luidkeels en onverstoorbaar stond te raaskallen. Ik heb hem nog nét geen duwtje gegeven…

Denk ook dat mede daardoor nagenoeg geen enkele man het haalt bij mij, in mijn huidige leven als ‘alleenstaande moeder’. Ik hoef maar even het gevoel te hebben dat ze mij via mijn kinderen willen laten zien hoe geweldig en capabel ze eventueel zouden kunnen zijn als vaderfiguur, en ik ben er direct volkomen klaar mee. Meestal weet ik al snel of het ‘m gaat worden of niet, maar bij twijfel kan ik hem het beste gewoon eventjes als ‘kennis’ bij mijn kids introduceren.

Weten we dat ook weer.

Is niet echt handig deze instelling.

Maar het lukt (nog) niet anders.

Mijn kinderen hebben voorrang.

Schrikt dat af?

60 YOU MAKE ME FEEL…

you make me feel

LIEFDE … WAT IS DAT?

Er was een tijd dat ik het gevoel van ware liefde of verliefd zijn verwarde met verlatingsangst en de paniek voor complete afwijzing.

Daarom bleef ik soms hangen in relaties die niet bedoeld waren om nog langer te duren. Wanneer ik er een punt achter zette, omdat ik wist dat ik niet verliefd was, of dat de persoon in kwestie gewoon niet bij mij bleek te passen, raasde mij een bijna blinde paniek om het hart. Ik kon niet meer eten, niet meer slapen, voelde mij rusteloos en verward, ontwikkelde een hyper-focus op deze ander en kreeg gedachten en scenario’s met betrekking tot hem, met geen mogelijkheid nog uit mijn hoofd. Mijn hele staat van zijn vertaalde zich naar de ander. Dit was een ware ‘MIND-FUCKER’, want ik wist de totale en onnozele zinloosheid en de algehele voor-de-gek-houderij van dit hele gebeuren, en toch zat ik tot over mijn oren gevangen in deze gekmakende hersenspinsels!

Dus daar ging ik.

Ik las de boeken uit menig kast en hoorde de talloze  liedjes om mij heen weergalmen. En ik maakte gesmeerd en onbewust de vertaalslag naar de zogenaamde ‘ware liefde’. De symptomen van dit slopende fenomeen worden immers ook overal tot in den treure gereciteerd en uit volle borst bezongen: ‘

‘I can’t sleep without you’

‘I’m loosing my mind over you’

‘You make me feel whole again’

‘haven’t been eating for some days now…’

‘Can’t stop thinking about you’

En ga zo nog maar even door…

In alle liefdesliedjes wordt dit vreselijke gevoel dat ik ken, deze verstikkende vorm van totale paniek en zelfafwijzing, deze voortdurend opklimmende staat van stress, deze overdosis aan adrenaline secretie, deze alles overheersende focus op de ander, overal wordt dit bezongen en bejubeld als zijnde verliefdheid of ware LIEFDE

Nou, als dat zo was, dan moest ik dus blijkbaar als een gek zorgen dat ik betreffende jonge man weer terug  aan de haak kreeg! Want als dit ware liefde betekende, waar driekwart van de gehele wereldbevolking zo naarstig naar opzoek was, dan had ik deze ‘HEM’ toevallig maar mooi alvast  in the pocket. Ik zou dan echt een dief van mijn eigen portemonnee wezen wanneer ik deze fel begeerde trofee zou laten schieten!

En hiermee was ik weer bij af. Terug in een de ongezondmakende dynamiek met een partner die niet beschikbaar bleek. Was dit dan liefde? Steeds het gevoel hebben dat je tegen een blinde muur opliep? Een niet thuis krijgen na het aankloppen, maar door het keukenraam zien, dat hij ‘toevallig’ nét eventjes achter de bank was gaan liggen…? Jezelf buitengesloten voelen en geen contact krijgen. Was dat liefde? Dat kon toch niet waar zijn…

59 ÉÉN HAP NASI

arena

Ik werd dagelijks bestuurd, begeleid, ondersteund, tegengewerkt, gecorrigeerd, bejubeld, afgesnauwd en aangemoedigd, door meerdere stemmen uit eigen hoofd. Ik sprak mezelf toe, vanuit verschillend perspectief en intentie. Ieder stem, elk personage, had zijn eigen toon, humeur en sfeer en noemde mij bij zijn eigen naam. Ze leefden mij de dagen door. Ik probeer ze eens in kaart te brengen. Soms lijken ze op elkaar, of nemen ze het woord halverwege een zin van elkaar over, of hebben ze niet echt een duidelijke naam gekregen. Inmiddels heb ik zelf voor het grootste deel de leiding weer voor rekening genomen. Maar ja, wie is dat ‘zelf’ zou je je ook kunnen afvragen… Zijn het allemaal delen van mijzelf geweest, die om de macht streden?

Wanneer deze interne stemmen mij niet enkel toespraken vanaf de zijlijn, maar ook onderling in conclaaf gingen, terwijl ik ondertussen gewoon mijn dagelijkse handelingen in de aardse realiteit probeerde te verrichten, ontstond er verwarring, chaos en stress. Ik werd dan zo heen en weer geslingerd tussen alle tegenstrijdige aanwijzingen die ik via mijn oortje doorkreeg vanuit de ontplofte regiekamer, dat er storing optrad. Het voelde op dit soort momenten, of dagen, alsof ik geen voet aan de grond kreeg hier op aarde. Ik probeerde wel ruimte in te nemen, maar dat lukte niet. Ik werd in beslag genomen door de stemmen, die mij ervan weerhielden present te zijn. Zij wisten het allemaal steeds beter dan ik, terwijl IK degene was, die het klusje mocht gaan klaren! Ik werd soms al gecorrigeerd op alleen nog maar het anticiperen op een beweging. Ik raakte hierdoor verstrikt in deze kakofonie. Simpele dingen als avondeten bij een vriendinnetje. Je zou denken dat kinderen dat doen, omdat ze dit leuk vinden. Mij kon dit af en toe volledig lam leggen.

Ik heb er een mogelijke ‘scene’ over opgeblazen en uit geschreven. Lijkt mij wel eens leuk om a l’enprovice uit te werken op de spelvloer van een repetitielokaal. Hoe ver zou het kunnen escaleren?

ÉÉN HAP NASI

Personages:

 Willemijn:                    de Protagonist

Willem:                         de geruststeller

Moensky:                     de grapjesmaker

Tante:                           de straffer, de antagonist

Mijntje:                        de trooster

Loekie-Snoekie:         de honer

Vrouw:                         de aanmoedigster

Truusje                        de bij de les houdster

Willybrorth:                de veroordelaar

De Heraut                    de live-verslaggever in mezelf

(Alle stemmen die ik nog vergeten ben, mogen zich, met naam en toenaam, in de loop van de komende dagen melden aan de balie graag!)

Reliëf personages en figuranten: De vader als boze Koning, de moeder als gespannen Koningin en mijn vriendinnetje en haar broer als overig publiek.

Decor omschrijving: Een bruin ovalen eettafel, badend in wit licht, verbeeldt een Arena. De 5 stoelen om de tafel heen zijn de tribune voor het publiek: De Koning, met aan weerszijden de Koningin en de rest van het publiek. Pal daar tegenover zit Willemijn.

(Een heraut kondigt aan)

De Heraut:    Hooggeëerd publiek! Er zal vanavond gestreden worden met mes en vork. Wanneer de zijdeur open gaat, zal  het voedsel worden opgediend. Pas als de Koning het, nog niet van tevoren bekende teken heeft gegeven, mogen alle deelnemers, 50 vingers in totaal, hun wapens ter hand nemen en hun strijd gaan leveren.!’

(trompetgeschal)

Willemijn:      Terwijl het eten wordt opgediend, zit ik stil op mijn stoel.

Willem:          Kom op Willem. Gewoon rustig stil blijven zitten en doorademen.

Willemijn:      Ik moet de boze koning goed in de gaten houden tegenover mij, want ik mag zijn startsein absoluut niet gaan missen. Omdat hij mij zo boos lijkt, durf ik hem niet aan te kijken, maar als ik niet naar hem kijk, dan zou ik het wel eens kunnen missen.

Truusje:        Chop-Chop; dus wel even bij de les blijven nu, Truusje.

Willemijn:      Nog voordat het laatste bord de tafel heeft geraakt, klinkt er een zacht gebrom tussen Konings lippen door. Waarop alle handen de arena met hun vingers betreden. Die van mij gaan als vanzelf mee, op de golf van de gezamenlijke beweging. Terwijl mijn vingers mijn mes en vork omvatten, slaat de twijfel toe. Moest je nou de vork links of rechts houden, wanneer je bij de Koning at?

Willie-Brorth:  Nou hop, weet je dat nu nog niet! Zit niet zo te hannesen met je bestek zeg!

Willemijn:       Ik dacht links… maar dat zou te simpel zijn, want ik ben linkshandig. Normaal is het zo dat ik juist dingen andersom moet doen voor mijn gevoel.

Vrouw:           en… gaan met die banaan!

Willemijn:       Ik kijk naar de koningin. Zij heeft de vork links. Ik til de bestekken op, met gebogen armen boven mijn bord. Moet je nasi eigenlijk wel snijden?

Moensky:       Wat een monnikenwerk zou dat zijn, hihi!

Tante:            SSST!

Willemijn:       Het ziet eruit van niet, maar waarom hebben we dan anders een mes ontvangen? Ik besluit het zekere voor het onzekere te nemen en begin te snijden.

Heraut:          Dames en heren. Komt dat zien, komt dat zien! We hebben hier een deelneemster die iedere korrel met haar mes te lijf gaat!

Moensky:      Hahaha!

Willem:          Geeft niks hoor. Gewoon rustig kijken hoe de anderen het doen

Willemijn:      Het geluid van mijn mes snerpt over het bord.

Willie-Brorth: Ahh, wat een akelig geluid is dat!

Willemijn:      Sorry koning, het spijt me. Het is wel goed gesneden zo dan maar.

Tante:            Dat kan je wel zeggen ja!

Willemijn:      Inmiddels heb ik begrepen, dat anderen met hun vork een hoopje opladen en vervolgens met hun mes langs de rand van de vork strijken. Ik denk dat dat netjes is, dus ik zal dat ook doen. Kijken de mensen eigenlijk naar me? Ik voel me zo naakt in dit felle licht.

L-Snoekie:    A gossie, kan je daar niet tegen dan, he?

Tante:            Nee hoor, ze zoekt gewoon een excuus om te verliezen.

Willie-Brorth: Stel je niet zo aan!

Vrouw:           Kom op zeg, laat die vrouw even met rust.

De Heraut:    Dames en heren, de spanning stijgt, want de eerste hap is nog altijd niet genomen tegenover de koning, die reeds nors zijn halve bord naar binnen heeft geharkt…

Willemijn:      Ok, Ok, ik ga al. Ik zal nu de eerst hap nemen. Ik steek mijn vork in de rijst, zodat er een klein bergje op ligt. Vervolgens til ik de vork een centimeter of 5, horizontaal boven mijn bord uit, omhoog… waarna ik

Willie-Brorth: Is dat nu echt nodig om zo gedetailleerd te beschrijven allemaal?

Tante:            Pas nou op, het valt, het valt!

Willemijn:      Bemoei je er niet mee, ik ben bezig met mijn mes ja!

L-Snoekie:    Zitten ze je weer te treiteren?

De Heraut:    Aan leiding nog altijd de koning… maar wat zien we daar? Het meisje met de rooie haren heeft nog niet eens één enkele hap genomen… dat wordt lastig…

Vrouw:           Nou hopsakee, gooi je heupen in de strijd!

Moensky:      Ja, we maken er een nasi dans van!

Tante:            Kop dicht Moensky!

Truusje:         Nee, even opletten nu Truusje!

Vrouw:           Laat je niet gek maken hoor vrouw.

De Heraut:    Het ziet er naar uit, dames en heren, dat die rooie geblesseerd is. Er is geen beweging meer in te krijgen. Nog slechts een paar happen is de koning van zijn lege bord verwijderd!

Mijntje:           mijntje…? Mijntje…? Ben je daar…? Zal ik een wijsje voor je neuriën…? Zal ik je over je bol aaien…? Zal ik een liedje voor je zingen…?

L-Snoekie:    ahhh, heb je verloren? Zielenpietje.

Vrouw:           Hop, Vrouw, het is nu of nooit; grijp je kans!

Willemijn:      Ja, ja, ik ga al! Dus: met mijn vork maak ik dat bergje. Dan pakt mijn linker h..

Tante:            Rechter!

Willemijn:      ..hand het mes en strijkt daarmee zo (doet het voor)

Tante:            Nee, niet zo, maar zo!

Willem:         Bemoei je er toch niet steeds mee!

Willie-Brorth: Dat maakt ze zelf wel uit!

L-Snoekie:    Kunnen we niet meer voor onszelf opkomen tegenwoordig?

Willemijn:      Jawel hoor. (hervat) Als er een mooie schuine helling aan de berg zit, dan kan de vork richting de mond bewogen gaan worden.

Moensky:      En zij kustten elkander innig…

Mijntje:           en zij leefden nog lang en gelukkig

Willemijn:      Maar hoe weet ik nou, zonder te kijken, zeker, dat de had die mijn volle vork bestuurt, precies raak zal zijn in het gat van mijn mond? Ik bedoel: wat nou als ik mis prik? Wat kijkt die koning boos…

Willie-Brorth; Nou ,als je met zo’n instelling op reis gaat, kom je nooit op je bestemming aan.

Tante:            Gedoemd om te mislukken dus…

Willem:          nee hoor. Dat weet jou lijf. Jij kan dat.

Vrouw:           Rustig je mond open doen en…

De Heraut:    Dames en heren, wat gebeurt hier? Het lijkt erop dat er toch nog beweging in de stilte gaat komen. We zien een vork omhoog gaan!

Willemijn:      Ja, die vork gaat dus omhoog.

Tante:            Pas op, je knoeit, je knoeit!

Truusje:         Niks van die Tante aantrekken, gewoon blijven opletten

Vrouw:           En doorpakken nu!

Willem:          Heel rustig je mond openen..

Willemijn:      Hoe wijd, hoe wijd?!

Mijntje:           open… open..

Vrouw:           pak ‘m beet een centimeter of vijf…

Moensky:      (op zingende toon) Als dat maar goed gaat … als dat maar goed gaat, haha!

Willemijn:      Is het nog ver? Ben ik er al bijna? Ik moet plassen…

Tante:            SSST!

Willie-Brorth; Krijgen we dat weer…

Vrouw:           Niks daarvan. Even volhouden en we zijn er.

Willem:          Nog een klein stukkie

Moensky:      We zijn er bijna, we zijn er bijna (zingend)

Vrouw:           bijna… bijna…

De Heraut:    En hier aan de kopse kant, in één hap een driepunter! Ja Dames en heren, we hadden het zowat niet meer verwacht, zo op de valreep van deze wedstrijd, maar ineens lijkt deze rooie dame terug in de strijd! Graag een daverend applaus voor deze bikkel, deze k…

(Voordat het publiek gehoor kon geven aan de aanmoedigingen, stond plotseling de Koninging op van haar troon en zei)

Koningin:      Zeg, Willemijn… Vind je dat ik vies heb gekookt ofzo? Je zit zo met lange tanden te eten…

Willemijn:      O help, wat moet ik zeggen, wat moet ik zeggen?

Willie-Brorth; Ja, zie je nu wel, nu heb je de poppen aan het dansen.

Tante:            Ik zei het toch: ‘gedoemd om te mislukken…’

Truusje:         Maakt niet uit wat je zegt, zolang je haar maar met ‘u’ aanspreekt.

Moensky:      Zoiets als: Sorry U, ik raakte even verstrikt in mijn eigen voorzorgsmaatregelen, haha!

L-Snoekie:    O, ik was bang dat ik mijn mond zou missen met mijn vork, beste mevrouw ‘U’

Willemijn:      Wat is eigenlijk het meervoud van ‘u’? Stel je voor dat ik tegen twee U’s tegelijk zou moeten praten… ‘U-en’?

Truusje:         Joehoe, Truusje, je dwaalt af!

Willemijn:      O, ehh, juist… waar waren we… U!

Vrouw:           Gewoon ff een zin met U zeggen nu

Willemijn:      uhh…uhhh..

Moensky:      UUUU… UUU…

L-Snoekie:    hahaha!

Willemijn:      Maar wat was de vraag ookalweer?

(L-Snoekie, Moensky, Truusje, Willie-Brorth, De Heraut, Vrouw Holle, Tante, Willem in koor)

                        OF U WORST LUST!

Koningin:      Nou, ben jij soms je tong verloren ofzo? Heb jij soms niet geleerd thuis, dat het beleefd is om je bordje leeg te eten en om antwoord te geven als er iets aan je gevraagd wordt?

Willemijn:         Met deze woorden wordt mijn bord voor mijn neus weggegrist en verlaat de Koningin de arena. Gelijk met haar stappen over de drempel van de zijdeur, is in één klap alle verbeelding vertrokken.

Weg Koningin. Weg koning. Weg publiek. Weg Arena. Weg Heraut. Weg schouwspel.

Weg nasi.

Daar zit ik. Onder het felle licht aan een kale tafel.

Ik heb eigenlijk toch geen trek meer..

 (DOEK)

57 MALIENKOLDER

malienkolder

Ik noem mijn moeder bij haar voornaam. Al zolang ik me kan herinneren. Ook mijn vader noem ik bij zijn voornaam. Vroeger noemde ik hem pappa.

Natuurlijk besef ik mij, dat ik een kind uit de jaren 70 ben, waarin alles vooruitstrevend anders moest. Ketens van burgerlijkheid dienden te worden afgeworpen en vrijheid stond hoog in het vaandel. In mijn beleving zit ik daardoor op sommige vlakken echter wel mooi met de gebakken peren…

Mijn herinnering hoort het volgende verhaal als stokpaardje:

‘Ja, ik ga mijn kinderen toch zeker geen ‘mama’ laten zeggen! Stel je voor dat ze mij in de supermarkt roepen met ‘mama!’… en dan Kijk ik zeker, samen met al die andere moeders om… wat een gedoe!’

Mijn moeder wilde duidelijk niet met twaalf anderen in het mama-dozijn. Gevoel voor vrijheid, schat ik in… Er sprak ook een veroordeling van het burgerlijke uit. Ze vond het maar niks, van die tuttebellen-mama’s, van die ‘moekes’. Zo deden de hippies dat waarschijnlijk nu eenmaal. ‘Mode’ heet dat vermoed ik. Of ‘trend’.

Voor mij ,als kind, voelde het als een gemiste kans. Het voelde alsof ik geen ‘mama’ mocht hebben. Alsof zij dat in ieder geval niet wilde zijn!  Andere kinderen uit mijn klas hadden dat wel en Ik was stilzwijgend stront jaloers. Zij hadden iets wat ik niet had. Nou ja, wat ik wel had, maar niet kon krijgen…

Mijn verlangen naar een moeder, een ‘mama’, die speciaal voor mij op deze wereld was, werd een no-go-zone.

Dit gevoel heeft geduurd totdat ik zelf kinderen kreeg, die mij mama noemen. Dat heeft voor mij iets goed gemaakt. Het gevoel gewoon de rol te benoemen die ik heb; nl. hun ‘mama’. En tegelijkertijd daarmee mijn kinderen in hun eigen rol te bevestigen ‘mijn kinderen’.

Ik had het hier over met een vriend, die zijn ouders ook bij de voornaam noemt. Hij begreep niet echt waarom ik dit nou zo belangrijk vond, waarom ik er zo’n ‘ding’ van maakte. Dat werd mij duidelijk toen ik hem met zijn ouders zag. Ze gaven elkaar een knuffel en een zoen, hielden elkaar vast en hadden een hartelijk contact. Zoals ik dat blijkbaar ergens ‘verwacht’ van ouders en kinderen. (al weet ik natuurlijk dat dat in veel meer gevallen niet zo is. Maar dat is blijkbaar mijn ideaalplaatje, waar hij met zijn ouders aan voldeed)

Ook mijn vader moest het ontgelden. Ik ben hem ook bij zijn voornaam gaan noemen. Ik heb het hier veel later wel eens met mijn vader over gehad. Hij stelde voor dat ik hem alsnog gewoon papa mocht en kon gaan noemen. We kunnen hier met een knipoog om lachen samen. Het idee vind ik tof, maar het lukt niet. Op de een of andere manier zit dat vaatje dicht… Als in een ouwe kies. De zenuw die afstierf, waarna het wortel kanaal is dichtgegroeid en nu niet meer open kan…

Doordat mijn eigen kinderen mij mama noemen, wordt dit dichte kanaal echter heel zachtjes beroerd en langzaam weer tot leven gemasseerd. Het heeft te maken met een heel natuurlijk iets, dat gewoon weer mag zijn. Het gevoel dat dit oplevert is prettig open, vrij, zacht en losjes.

Dit staat in schril contrast met hoe ik mij voel op het moment dat ik bij mijn moeder in de buurt kom: ongemakkelijk, beklemd, kil, hard en strak. Hiermee wil ik mijn moeder geen schop na geven, want ik zie haar precies zo op haar eigen moeder reageren als kind.

Het is blijkbaar een familie-ding: Emotionele arrogantie vanuit een onmogelijkheid tot affectie. Een vertikken van zacht durven zijn. Gepantserd en gehard. Nog liever sterven dan smelten. Trots als wapen ter opperste zelfbescherming. Ik zie het bij mijn oma, bij mijn moeder en herken het in mijzelf. Het komt voort uit een gekwetst zijn. We blijven hierdoor het behoeftige kind. Nu echter gevangen in eigen malienkolder, dat we met zoveel angst en toewijding voor onszelf gemaakt hadden ter overleving. We zijn vanuit deze positie niet in staat om zelf de moederrol te vervullen. Ons hart opgesloten achter een ijzeren pij. Tevens niet in staat tot ontvangen. Een niet-doorlaatbaar ijzeren gordijn. Non-permeabel.

We kunnen blijkbaar niet ‘weggeven’ waarnaar we, vanuit eigen ernstige ondervoeding, nog altijd naarstig verlangen. Het speelt zich ergens af, nog op het niveau van een peuter:

MIJ, MIJ, MIJ!

HEBBEN, HEBBEN, HEBBEN!!!

Dit verhaal deel ik, omdat ik vermoed dat in veel disfunctionele gezinnen deze rolverwisseling, rol-ontkenning of afstoting heerst. Parentificatie, zorgen voor, afwijzen van…

De gezinsleden nemen of krijgen in feite niet de rol die ze volgens de wet der natuur gewoon hebben. Hierdoor wordt een enorme energiestroom afgesneden van het hele systeem dat ‘gezin’ heet. De natuurlijke flow is eruit en gezinsleden beginnen te redderen, te schipperen, over te nemen en te compenseren. Dit werkt veelal op dieper niveau ontkrachtend en soms zelfs ontwrichtend.

De rolverdeling tussen mijn moeder en mij is er eigenlijk nooit een van ‘mama’ en ‘haar kind’ geweest. Ze was wel mijn moeder, de vrouw die mij op de wereld heeft gezet, maar heeft in mijn beleving, nooit echt haar moederrol kunnen pakken. Ze was zelf te veel bezig met het hoofd boven water houden denk ik… Had ze zelf misschien ook haar fel begeerde ‘mama’ nooit gehad of gevoeld?  Met de titel ‘mama’ gaan ook dingen als lichamelijke nabijheid, warmte, aandacht, veiligheid en steun gepaard. Dat kon ze lastig bieden.

Zou haar eigen moeder haar wel eens zachtjes hebben vastgehouden en haar lieve woordjes hebben toegefluisterd, wanneer zij verdrietig of bang was…?

56 STAAKT HET VUREN!

draak

Terwijl ik mijn ouwe koeien schets, herken ik een tendens. Namelijk, dat een confrontatie standaard in een patstelling eindigde. De conflicten die ontstonden, de ruzies die grenzeloos oplaaiden, alle emoties die werden geuit; Het werd uiteindelijk afgekapt door de sterkste, gevolgd door een beladen zwijgen of een vertrekken van de tegenpartij. Vervolgens werd er niet meer op terug gekomen of nog even op door gevraagd. Er werd niet uitgesproken wat er gebeurd was en er werd geen vriendschap gesloten. Geen handjes geschud, goedmakende knuffels gegeven of een potje gestoeid… Hierdoor werd de opgebouwde spanning niet echt ontladen en stapelde alles zich op in mijn binnenste. Zo ben ik uiteindelijk op mijn 15e, voor de tweede keer vertrokken. Dit keer in verbeten stilte.

Dit bleek een Opschorten te zijn geweest.

Ruim 25 jaar later was de strijd nog altijd niet gevochten, maar ook de vrede niet gesticht… Hierdoor had ik het gevoel te blijven zitten met de interne ravages van toen. Ik had blijkbaar de overtuiging hiervoor de ander, de tegenpartij, nodig te hebben. Dat maakte mij afhankelijk. Inmiddels weet ik dat het om de strijd in mijzelf gaat. Die mag ik zelf beslechten. Dat geeft me gaandeweg mijn eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid weer terug. Wat mij heeft geholpen aan het opschrijven van verschillende ‘verhalen’ zijn meerdere dingen.

  1. Ik breng overzicht in de chaos van mijn kindertijd. Gebeurtenissen kan ik gaan plaatsen op een tijdlijn, waardoor er structuur in de dingen ontstaat.
  2. Door verhalen op te schrijven, komen ze meer als feiten buiten mij te liggen, wat mij helpt om er objectiever naar te kunnen kijken en het beter te kunnen zien voor wat het waard was.
  3. Ik kan de grotere patronen gaan zien van wat er gaande was. Ik zie waar we met z’n allen in verstrikt raakten. Dit geeft iets meer ruimte aan ieders kant van het verhaal.
  4. Doordat ik de verhalen bestaansrecht toeken en door te erkennen hoe dingen voor mij waren, kan ik er nu echt wat mee gaan doen, in plaats van het proberen weg te drukken.
  5. Ik kan de hoofdthema’s en uitdagingen van mijn leven helderder zien.

De kaakklem op de chaos van weleer is naar mijn idee funest geweest. Het houdt zowel mezelf als de ander gevangen in een positie van dader en slachtoffer. Er ontstaat geen vrede, maar een continue terugkerend ‘staakt het vuren’.

Ik zit al jaren vast, in deze onzichtbare gevechtszone met de draken uit mijn jeugd. Ik als slachtoffer van mijn zogenaamde daderschap en de zogenaamde tegenpartij als dader in zijn slachtoffer rol. Zo houden we elkaar steeds in stand.

door tekst te geven en bestaansrecht te verlenen aan de verhalen die in mij wonen, hoop ik niet te verstarren in mijn eigen bittere stilzwijgen, maar uiteindelijk tot bloei te kunnen komen voor wat ik waard ben. Dat wens ik al mijn ‘Draken van toen’ ook toe.