43 SCHEMA’S VAN EEN HYPER-TYPE

JUBELTENEN

Het moge inmiddels wel duidelijk zijn, dat ik een nogal gevoelig meisje was voor alle indrukken om mij heen en dat ik misschien net iets te veel dingen uitermate persoonlijk, zeer letterlijk  en wel extreem serieus nam. Hierdoor hadden kleine dingen soms grote gevolgen:

Ik zat op een nieuwe school. Hier was het blijkbaar van belang om er netjes en schoon uit te zien, want we kregen het vak ‘uiterlijke verzorging’. In deze les leerde je hoe je goed voor jezelf moest zorgen.

De eerste les zou ons een spannende verassing te wachten staan. Er kwam een echte mondhygiëniste bij ons op school. Ze zou ons gaan leren goed te poetsen. Ze verscheen na de ochtendkring en deelde rode tabletjes uit. Daar moest je even lekker op kauwen en dan mocht je de rest doorslikken. Daarna nam iedereen een slokje van het bekertje water dat je kreeg. Wat was de bedoeling hiervan? Het meisje dat naast me zat begon hard te lachen. Mijn hele mond was rood! Ik kon het zelf niet zien, maar vond het ook wel grappig. Ik deed alsof ik Dracula was, met bijtgebaren en enge geluiden. Blijkbaar trok ik zo de aandacht en we hadden grote lol.

Toen deelde ze spiegeltjes rond en mocht je je eigen mond bekijken. Wauw, mijn hele mond was inderdaad knalrood! Vooral op en om mijn tanden en aan de randjes van mijn tandvlees. Het zag er een beetje vies uit eigenlijk. Het smaakte wel best lekker. Langzaam merkte ik, dat de aandacht volledig op mij gevestigd werd. Iedereen moest heel hard lachen en begon ook mijn kant uit te wijzen. Ik had de roodste mond van de hele klas, dus ik had mijn tanden niet gepoetst! In één keer was de lol eraf. Ik voelde mij beschaamd, vies en boos. Terwijl ik probeerde onzichtbaar te worden, legde deze onaardige mevrouw op gemaakt vriendelijke toon uit, hoe belangrijk het wel niet was om elke dag een paar keer te poetsen. ‘Want anders krijg je gaatjes’

Ja… DUH!

Trouwens gelul dacht ik, want ik poets lang niet iedere dag en ik heb er nog NUL. Maar dat heb ik haar niet meer verteld, want ik was inmiddels gelukkig onzichtbaar geworden.

De toon was gezet. Ik besefte mij nu dat ik blijkbaar niet goed voor mezelf zorgde. Was dat vies? Vanaf dat moment heb ik alles wat er gezegd werd tijdens deze lessen als een spons opgenomen. Dit zou mij misschien nog kunnen redden van de ondergang.

Dus:

Iedere dag een schone onderbroek aan, je haren wassen met shampoo, een broek gemiddeld na 2 of 3 dagen in de was, haren regelmatig kammen en controleren op luis of neet, jezelf iedere dag wassen met zeep, vooral de edele delen, je nagels netjes knippen, of de zwarte randjes eronderuit halen, iedere week schone gymkleren in je tas, fris beddengoed, op tijd naar bed, goed afdrogen tussen je tenen anders krijg je daar schimmel, ontbijten met de schijf van vijf, 3 sneetjes brood mee naar school, oren schoonmaken, maar niet te diep en ook de prut niet naar binnen duwen, slaapzand uit je ogen halen, geen snot aan je mouw vegen en je handen wassen na poepen en plassen en voor het eten.

Of was het nou voor het poepen en na het eten? Hahaha!

Vanaf nu werd ik een Pietje precies in een huishouden van jan steen. En ik kan je vertellen; dat werd een hele klus!

(onderstaande is een samenraapsel aan gebeurtenissen, die autobiografisch zijn, maar ik heb de tijd ingedikt en verschillende dingen uit de context naast elkaar gezet om zodoende het thema uit te vergroten)

Dit leverde een hoop geregel en een overvolle agenda op in mijn hoofd:

Ik had een rode en een witte broek. De rode broek had een drukknoop. Deze wilde ik aan op de dagen dat we ‘spelkring’ hadden. Dan deden we vaak ‘Berenclub’, waarin je elkaar moest uitdagen met trucjes en kunstjes. Ik kon door mijn buik aan te spannen de knoop op mijn navel laten openspringen en als ik dan mijn handen ervoor hield alsof ik de botjes van mijn vingers liet knakken, dan dacht iedereen dat dit echt was en niemand (behalve Omar) kon dat! De witte broek was dan voor de dagen tot de rode weer uit de was was. Maar een witte broek wordt snel vies! Hiervoor had ik een oplossing: Schoensmeer. Mijn stiefmoeder had zo’n tube met wit. Als je die op een vlek smeerde, dan zag je hem bijna niet meer. Zonder vragen heb ik deze tube uit de doos gepakt. Hierdoor kon ik de witte broek echter niet aan in de weekenden dat we bij mijn vader waren, want dan zou ik hierop misschien betrapt worden… Dus moest mijn rode broek op tijd schoon. Dat leverde problemen op met de was. Als oplossing voor dit probleem, moest ik er dus voor zorgen dat ik de avond vóór het weekend zelf mijn rode broek zou wassen. Ik deed dit met afwasmiddel. Dit was altijd voor handen en het schuimde lekker veel.

Ik heb jubeltenen. Vooral links. Hierdoor ontstaan er gaten op de plek waar je grote tenen zitten. Vooral als je gympies met stof op de neus hebt. Met name wanneer je vaak en veel voetbalt. De voet waarmee je het meest schopt heeft het grootste gat. Dit zag er vast onverzorgd uit. Mijn oplossing: naaien.  Mijn oma had mij ooit laten zien hoe je sokken moest stoppen en dat heb ik gedaan. Met naald en draad ging ik mijn schoeisel te lijf. Het was nog een hele klus om dat netjes voor elkaar te krijgen. Zouden mensen kunnen zien, dat ik dat zelf gedaan had? Ik hoopte dat het niemand opviel.

Of zou het door mijn teennagels komen, die misschien te lang waren? Normaal gesproken knipte mijn vader deze, als we bij hem waren. Nu ging ik ook zelf grondig aan de slag. Ik herinner mij nog dat ik ze blijkbaar zo extreem kort knipte, dat ik last kreeg van pijnlijk ingegroeide teennagels. Dat was in ieder geval waar mijn Taekwondo leraar mij streng op wees, toen hij mijn beschermers omdeed. Oeps.

Wij hadden thuis geen tandpasta, maar wel een klein glazen potje met een zwart goedje. Het smaakte smerig. Naar een combinatie van zeewier en zout! Nu ik echt elke dag mijn tanden ging poetsen was dit niet te hachelen. Ik nam dus, in een ongezien moment, de tube tandpasta uit de badkamer van mijn vriendinnetje mee.

Ik begon op dreef te raken. Wat wij thuis niet hadden, moest ik zien te krijgen. Ik was op missie.

Onderbroeken en sokken vormden een probleem, want daar had ik er niet genoeg van om elke dag van de week te verversen. Er zat maar één ding op. ‘gratis halen’ bij Hans-Textiel. Dus dat deed ik. De eerste keer was dodelijk eng. Volgens mij heb ik wel 20 minuten tussen de schappen door gehannest, om uit te vogelen wat nu precies het juiste moment was om toe te slaan. Je eigen ‘durf’ en het ‘niet kijken’ van de winkelbediende moeten namelijk precies samen op één moment tegelijk vallen. Dat is verdomde lastig! Toen de onderbroeken na veel wikken en wegen waren gelukt, ging ik terug voor meer. Want wat ik niet had, kon ik blijkbaar ook zo verkrijgen! Dit luidde het begin van mijn ‘dieventochten’ in. En ik had een truc: In mijn rode broek zaten namelijk subtiele knievakken, tot helemaal onderaan de pijp. Dit vormde een soort van geheime beengangen, waar je best makkelijk zomaar iets in kon laten glijden zonder een kip die dit doorhad. Niemand zou toch tegen mij zeggen: ‘Zo meisje, maak jij de onderkant van je broekspijpen maar eens eventjes leeg’. Dit was vanaf nu mijn ‘jatbroek’. Een paar jaar later en een berg aan nagellakjes, make-up, sieraden, geurtjes, maar ook vele niet-te-betalen-kledingstukken rijker,  ben ik een keer, samen met mijn sussie, genadeloos in de kraag gegrepen bij de V&D in Arnhem. Sinds dien durfde ik niet meer zo goed.

Zo kreeg ik de meeste dingen voor buitenshuis gedekt. Alleen binnen was een probleem. Daar bleef het rommelig en onverzorgd. Er waren geen dekbedhoezen en onze was stonk. Volgens mij waste mijn moeder heel voordelig en gezond met groene zeep ofzo. Andere kinderen roken altijd naar wasmiddel als ze langs je liepen. Dat wilde ik ook. Ik heb geprobeerd om dit effect na te bootsen met zeep, maar dat werkt niet. De fles met Timotei, die ik mijn moeders kamer ontdekte, werkte als een tierelier! Maar het werd mij niet in dank afgenomen, toen deze ineens leeg bleek.

Ik raakte geobsedeerd door geuren. Vanuit de angst om vies gevonden te worden en te stinken, wilde ik dat alles lekker zou ruiken. Want dan was het blijkbaar fris en schoon? Zou dit het begin zijn geweest van een lichte dwangneurose?

Ik heb het vermoeden dat hier ook mijn bizarre verzameling aan lege flessen schoonmaakmiddel is ontstaan. Ik was er uren mee in de weer. Dreft, Jif, Allesreiniger, Glassex, shampoo, WC-eend, klok-sop. Alle flessen moesten onder zacht stromend water worden schoongespoeld, totdat er geen schuim meer uit kwam. En dat duurt echt eeuwig, kan ik je vertellen! Ook moesten, indien mogelijk, de etiketten eraf geweekt en losgepeuterd worden. Sommige lijm hield hardnekkig vast, dus dan was het krabben geblazen met een aardappelschilmesje. En als ik uiteindelijk weer een fles klaar had, mocht deze als trofee op de onderste plank van mijn stellingkast. Waarom? Om naar te kijken. Ik kon daar van genieten. Ik kon ook met ogen dicht aan elke fles nog ruiken en herkennen wat erin gezeten had. Ik dacht wel eens: Is dit misschien vreemd?

Deze lessen ‘uiterlijke verzorging’ hadden bij mij blijkbaar een zeer gevoelige snaar geraakt en zijn mij zeker niet in de kouwe kleren gaan zitten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s