36 ALS DE PANTERS

als de panters 3

De vriend van mijn moeder werkte als eerste stuurman op de grote vaart. Hij was hierdoor regelmatig voor langere tijd weg en mijn moeder voer soms mee. Als koksmatroos in ’t kombuis. Haar avonturen op zee duurde gemiddeld zo’n vier tot zes weken, die van mijn broer en mij dus ook.

Andere keren sliepen we door de weeks bij vriendjes van school en in de weekenden bij mijn vader. Blijkbaar was het met de vriendjes niet gelukt dit keer, want ik sliep de eerste week bij een vriendin van mijn moeder uit het Café. Het was een vrouw met een angstaanjagend litteken over haar wang en mond, die soms hardop dingen zat te roepen aan de bar, als ik mijn moeder daar kwam ophalen. Bij haar moest ik nu dus een hele week gaan logeren. Ik was als de dood.

Gelukkig bleek zij ook een dochter te hebben, die zich gretig en volledig over mij ontfermde. Ik sliep bij haar op de kamer en werd direct ingewijd in haar rituelen.

Het meisje was een stuk of 4 jaar ouder dan ik. Ze zat in de tweede klas van de middelbare: Het Heuveltje. Ze droeg make-up en deodorant, ze had al veel, pikzwart schaamhaar en ze rookte Pall-Mall. Achteraf zie ik dat ze op de pieken van haar pubertijd zat en dat ik hier volledig door in vervoering was gebracht, alles van haar aannam en volkomen in haar emoties en gedrag werd meegesleurd.

Aanvankelijk vond ik het wel prettig, dat we in dit huis, bij deze mensen, ook niet echt aan tafel hoefden voor het avondeten of het ontbijt. Dat vond ik immers altijd het aller engste gedeelte van ergens op bezoek moeten zijn. We maakten ons eigen eten, op onze eigen tijd. Op de tweede avond werd ik wakker van herrie beneden. Er werd flink ruzie gemaakt. Ik hoorde een mannenstem schreeuwen en iemand met deuren slaan. Ik maakte de dochter naast mij wakker, omdat ik het een beetje spannend vond.

Toen was het hek van de dam.  Aan één stuk door begon ze mij te vertellen over haar dronken moeder en agressieve stiefvader. Wat hij allemaal wel niet had aangericht en nog in zijn schild voerde. Het werd van kwaad tot erger. Ik weet nog dat ik mijn ogen bijna niet meer open kon houden van de slaap, maar dat ze maar door bleef ratelen. De verhalen waren niet van de lucht. Ik heb die nacht nauwelijks nog een oog dicht durven doen, omdat ik als de dood was dat deze uitermate kwaadaardige mensen naar boven zouden komen om mij te halen.

De volgende ochtend wijdde zij mij in, in haar sluiproute: Licht op de overloop uitlaten, aan de zijkant van de treden lopen, want daar kraakte het niet, bukken voor het raampje in de deur naar de huiskamer, rechtuit naar de keuken voor een kracker en dan, via de achterdeur ongemerkt door naar buiten. Fiets pakken, niet je slot open laten schieten, maar zachtjes tegenhouden en wegwezen! En ik volgde haar op de centimeter nauwkeurig!

Zo scoorden wij die week ook onze avondmaaltijden samen. Als uitgebroken panters slopen wij ongezien door het grote donkere huis en roofden wij de kasten leeg. En wij werden uiteraard niet gespot, want we waren goed! Uren lang zaten wij veilig op haar kamertje. Ze vertelde mij alles wat haar dwars zat en ik durfde inmiddels nauwelijks nog zonder haar volledige begeleiding naar het gevaarlijke beneden. Totdat ze op avond 4 ineens niet thuis kwam. Wat moest ik nu? Hellup!

Zoals aangeleerd, zette ik onze routes door het huis schuchter maar stilletjes in mijn eentje voort. Ik was blij toen ik die avond veilig in mijn logeerbedje lag. Ik kan me niet herinneren de Vrouw met het litteken nog gezien te hebben die avond. Was ze wel thuis geweest eigenlijk? Geen idee. De dochter was nog steeds niet thuis. Waar zou ze zijn? Ik had al mijn ijdele hoop tevergeefs op haar gevestigd…

Toen ik de volgende ochtend, dit maal dus in mijn eentje, keurig zoals de dagen daarvoor, in het donker, op mijn tenen de trap afsloop, stond daar ineens een grote man voor me. Hij vroeg mij op klare toon wat ik nou eigenlijk allemaal aan het doen was daar. Ik schrok hier zo erg van, dat ik alleen nog maar kon rennen, Volgens onze uitgestippelde sluiproute, via de achterdeur naar buiten toe, sprintte ik mijn vrijheid tegemoet. Hup, op mijn fiets en wegwezen hier! Tijdens mijn ontsnapping, hoorde ik de Vrouw mij nog iets naroepen, maar dat kon ik gelukkig niet horen, ik wilde alleen nog maar weg! Ik ben zonder proberen na te denken, in één rechte lijn naar school gefietst.

Die dag op school duurde lang. Hoe moest het nu verder? Ik kon daar toch niet meer naar terug gaan? Zou de dochter vanmiddag weer thuis zijn om mij op te vangen alsjeblieft? Zou die enge meneer weer bij de trap staan? Zou de Vrouw me misschien zitten opwachten? Zou ze boos zijn? Waar zou ik anders heen moeten?

Ik heb die middag denk ik wel een paar uur rondjes door de Haarlemmerhout gefietst en op de houten bankjes gezeten, met hun huissleutel aan een koortje om mijn nek. Het was inmiddels een soort molensteen geworden. Wat nou, als ik ‘m gewoon zou weggooien? Dan kón ik daar simpelweg niet meer naartoe… Jammer genoeg begreep ik ook wel, dat dit niet zou gaan werken…

Ik móest wel terug. Maar ik dúrfde niet!

Uiteindelijk heb ik alle moed bij elkaar geraapt en ben ik naar het grote enge huis terug gefietst. Ik ben naar binnen gegaan en heb hallo gezegd. Voor de rest kan ik me eigenlijk niet meer veel van de verdere week herinneren. Ik vraag me wel eens af: Zouden ze niet iets raars aan mij gemerkt hebben?

Wel weet ik nog precies waar het huis is. Ik fiets er tegenwoordig vlak langs, wanneer ik met mijn kinderen naar de tandarts moet. En nog steeds bekruipt mij elke keer een onbehaaglijk gevoel.

Ook zie ik desbetreffende Vrouw nog wel eens in haar electrishe rolstoel door de binnenstad rijden. Vorige week zag ik haar in een oogwenk nog de laatste teug van haar glas witte wijn achterover tikken, op een verwarmd terras aan de Grote Markt… Zou ze daarom soms in dat wagentje zitten? Zichzelf lekker nog verder kapot aan het zuipen zijn… Zou ze mij nog herkennen? Zou ze nog weet hebben van die week dat ik verplicht bij haar logeerde en in het donker door haar huis sloop als een panter, als een clandestiene vluchteling?

Hoogst waarschijnlijk al teveel hersencellen verloren gegaan aan de booze…

Misschien maar beter ook eigenlijk. Hoef ik me daar niet meer toe te verhouden.

Best hard eigenlijk…

Ja, inderdaad, bikkelhard.

Of anders…

‘Hé, hallo boze enge dronken Vrouw, nog bedankt voor het stiekeme logeren hè, en trouwens nog onwijze sorry voor mijn overdreven paniekerige weghollen destijds, 34 jaar geleden! Was wel een beetje vreemd niet…? ehh…nog maar een wijntje dan?’

Beter zo?

One thought on “36 ALS DE PANTERS”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s