32 WEG VAN DE SNELWEG

weg van de snelweg 3

 

DE PEDAGOGISCHE TACTIEK VAN DE (DREIGENDE) VERLATING

Oftewel:

GEHOORZAAMHEID VANUIT GECONDITIONEERDE ANGST

 

Een tactiek, die altijd goed werkte bij mijn broer en bij mij, was die van de dreigende verlating. Je hoort het mensen met honden wel eens zeggen: ‘Je moet gewoon doorlopen, dan leert je hond vanzelf dat ie achter jou aan moet komen en niet andersom.’ Volgens mij werd deze tactiek ook bij ons gehanteerd. Met verdeeld succes.

Een voorbeeld:

Ik was 8 jaar en we waren met de auto op reis naar Joegoslavië. Mijn broer en ik samen op de achterbank. De blauwe koelbox in het midden gaf de exacte scheidslijn van ons territorium aan. Je kent het wel; een broer en zus ‘dingetje’. De koelbox werd eerst voor de grap, door een van beiden, steeds net een tikkeltje uit het midden geschoven, maar gaandeweg werd het menens. Er ontstond gekibbel en heibel in de tent. Mijn moeder en haar vriend hadden hier geen zin in en waarschuwden ons. De vriend van mijn moeder zei: ‘Als jullie NU niet ophouden, dan kunnen jullie verder wel gaan lopen!’. Dit hielp wel eventjes, maar al snel laaide de ruzie tussen mijn broer en mij weer in alle hevigheid op.

Bij de eerst volgende afslag naar een benzinestation, draaide de vriend van mijn moeder de snelweg af, stopte bij de parkeerplaats, deed de achterdeuren open, zette ons uit de auto, deed de achterdeuren van de auto dicht, stapte zelf weer in en reed weg.
Daar stonden we dan. Ergens op een parkeerplaats, langs de kant van de snelweg ergens in een buitenland. We waren allebei eigenlijk nog woest op elkaar, vanuit de strijd die wij, nog geen halve minuut geleden, vurig aan het leveren waren geweest op de achterbank, maar inmiddels overtrof een groeiend gevoel van onbegrip de sfeer. Wat was dit nou? Zou het misschien een grapje zijn? Ik heb eerst nog een tijdje staan kijken of de auto misschien toch nog stopte en achteruit terug kwam, of omdraaide, maar dat gebeurde niet. We waren stil. Ik herinner me nog dat we wat met steentjes hebben staan rommelen bij de stoeprand, in afwachting van hun terugkomst. Maar er kwam niemand terug.

We hebben geprobeerd om daar wat te spelen samen, maar dat wilde niet echt vlotten. Ik voelde mij niet echt goed. Een beetje week in mijn maagstreek ergens… Wat moesten we nou doen? Ik werd toch inmiddels ook wel serieus ongerust. Martijn probeerde mij wat op mijn gemak te stellen, maar ik voel nu nog dat ik toen al begreep dat hij het eigenlijk ook niet wist. Ik hoorde de geruststellende tonen van zijn stem, maar liet de inhoud afwezig aan mij voorbij gaan.

We hadden geen idee. En het duurde maar en het duurde maar. Er ging van alles door me heen. Vooral die rare afwezige waas, die ik over me heen voelde trekken. Ik observeerde mezelf en mijn broer als soort van buitenstaander. Er kwamen ook steeds maar vreemde mensen voorbij, die ons natuurlijk konden zien staan dacht ik. Ik wist niet welke taal ze spraken, maar ik wist wel dat ik bang was dat ze zagen dat wij hier maar een beetje alleen stonden te lummelen, of te wachten…waarop eigenlijk?… en dat ze vragen zouden gaan stellen die ik niet kon verstaan, maar ook helemaal niet zou kunnen beantwoorden. Ook al hád ik de taal wél gesproken. Ik wist het even niet meer. Ik wilde me steeds verstoppen.

Ik herinner mij nog de verschillende stadia van ongeloof, hoop, verwachting, verwarring, chaos, angst, leegte en een dreigend gevoel van de totale hopeloosheid die onherroepelijk naderde… Dit gevoel van het hierdoor langzaam in een vacuüm getrokken worden… Het duurde in mijn beleving maar voort… en voort… en voort…
Na heel erg lang wachten, was daar ineens een auto die stopte. Het was onze auto. We mochten weer instappen en we reden zwijgend verder.

Het bleek dat de eerstvolgende afslag echt ki-lo-me-ters verder pas was geweest en dat ze vervolgens een hele omweg hadden moeten maken om weer bij onze afslag te geraken. Met deze uitleg moesten we het doen, mijn broer en ik. En dat deden we dus maar.

Behalve als smeuïg verhaal op grote mensen feestjes is hier verder nooit of te nimmer echt serieus of persoonlijk met ons op terug gekomen door hem of haar. En ik vond het vreselijk, wanneer dit verhaal lacherig de kring rondging. Alhoewel ik probeerde er maar smakelijk om mee te lachen, vond ik er echt totaal niks grappigs aan. In tegendeel zelfs.

Wat deze ervaring mij met name heeft opgeleverd, is de overtuiging dat je gewoon maar aan je lot over gelaten kan worden, zodra je je niet gedraagt zoals de ander wil, dat je als irritant kind letterlijk langs de weg gezet wordt. Dit soort ‘geintjes’ hebben heel lang en onverteerd in mijn binnenste dwars gezeten. Dit verhaal alsnog vertellen, voelt als een met terugwerkende kracht ‘opkomen’ voor mijn broer en mij.

 

FOUTJE, BEDANKT?

Ja, dank je de koek-koek…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s