29 BUSKRUIT VAN EEN MARTELAAR

buskruit 2

Hiermee snijd ik een, voor sommigen misschien licht ontvlambaar thema aan. Ik waag het erop:

IK STA TE BOEK ALS EEN NIET TE HARDEN PRE-PUBER

Naarmate de dagelijkse sfeer begon te verzuren achter onze voordeur, zorgde ik er enerzijds als van nature voor dat ik zelden thuis was, maar aan de andere kant liepen bij mij ook de spanningen op.

Als ik er op terug kijk, zie ik dat ik als kind veel te confronterend was voor mijn moeder. Waar zij gewend was om emoties vooral onuitgesproken voor zichzelf te houden, gooide ik alles eruit. Wanneer ze zat te huilen op de bank en ik vroeg wat er aan de hand was, dan liep ze vaak, zowat op knappen, in gedragen stilte de kamer uit, om zich af te sluiten in haar kamer, of op te maken voor de kroeg. Mijn moeder is, als product van twee zwaar getraumatiseerde ouders uit de oorlog, een beschadigde vrouw. Zij was reeds diep ingebed in het systeem dat ik straks, vanuit eigen perspectief, zal beschrijven.

Een van mijn stiefvaders was er GEENTJE van oeverloos geduld, warmte en genegenheid. Hij heeft zijn tegendeel voldoende bewezen. Ik realiseerde mij pas veel later wat de (onbewuste) impact hiervan op mijn leven geweest is.

Dingen frustreerden mij en ik werd gaandeweg opstandiger. Ik kreeg steeds vaker last van driftbuien en hysterische woede aanvallen, voorzien van een uitgesproken grote mond. Er was in mijn beleving zelden tijd of ruimte voor wat ik wilde, laat staan dat er even met aandacht naar mij geluisterd werd. Mij werd ook niet uitgelegd wat er aan de hand was. Ik werd dan echt ontembaar woest. Ik voelde mij totaal niet gehoord en moest volgens deze man, die deed alsof hij mijn vader was, vooral maar:

‘FF DIMMEN JIJ, TANTE!”.

En ja, ik wist wat er boven mijn hoofd hing en ik zag het van tevoren aankomen, maar het kon mij gestolen worden. Wanneer ik mijn poot dan nog heel even stijf hield en niet gehoorzaam naar mijn kamer vertrok, dan ging mijn stiefvader af. Hij stond dan op, liep in een rechte lijn op mij af, pakte mijn polsen vast of draaide een arm om en duwde mij naar mijn kamer. Als ik dan nog doorging met schreeuwen (wat ik meestal deed) dan slingerde hij me op de grond of op mijn bed en dan begon hij ze met vlakke hand uit te delen, eerst ergens ter hoogte van billenkoek. Als ik dan tegenstribbelde (wat ik meestal deed) dan begon hij harder en minder gericht te slaan, of hij duwde mij op mijn bed met zijn volle gewicht. Als ik dan nog doorging (wat ik meestal deed) dan pakte hij mijn dekbed en gooide dit over mij heen, zodat ik moeilijk nog kon schoppen, of niet meer kon slaan. Ik herinner vooral mijn interne strijd tegen het moment van me wel moeten overgeven.

Je uiteindelijk gewonnen moeten geven en wachten tot de klappen klaar zijn. Het heeft iets tragisch, iets in en in triests ook. Niet voor mij, maar voor de ander vond ik. Op de een of andere manier kwam er op dit moment tijdelijk een grote rust over mij. Er ontstond er een soort emotieloze berekendheid. Ik herinner mij het tellen van de tikken. Alsof ik ze spaarde in een apart laatje. Tegelijkertijd voelde ik ook dat er bij iedere tel iets verder stuk ging, wat niet meer gemaakt zou kunnen worden.

En mijn moeder?  Zat die ondertussen lijdzaam en gelaten in de woonkamer?

Ook zij heeft een paar keer vergelijkbare ‘opvoedkunsten’ aan mij vertoond, maar ze bleek toch fysiek en mentaal niet tegen mij op gewassen. Ik weet nog dat ze voor me stond en ik de radeloze wanhoop en woede in haar ogen zag. En dat ik me ijskoud voelde worden. Ik heb gedacht, misschien wel hardop, dat als ze mij nog één keer zou slaan, ik haar één genadeslag zou geven, waardoor ze niet meer zou bewegen. Vrij heroïsch, maar ik denk dat ze daarvan geschrokken is. Maar goed ook want ik meende het vanuit de grond van mijn hart op dat moment. Of misschien zag ze in een flits haar eigen vader voor zich, die haar als meisje te pakken nam, waardoor ze terstond verlamde…  Ze heeft het nooit meer geprobeerd.

Vervolgens werd over dit soort dingen, geheel in de lijn der verwachting, nooit meer met één enkel woord gerept. Zelfs nu kan dat nog niet.

Mijn broer was twee jaar ouder dan ik en waarschijnlijk inmiddels te sterk.

Sinds de blauwe maandag dat het uitging tussen mijn moeder en deze man, heb ik op twee keer na, nooit meer iets van hem vernomen.

Foetsie. En Bedankt.

Dikke lul, drie bier.

De reden dat ik dit verhaal uit de kast trek, is omdat ik wil inzoomen op dat ‘aparte laatje’. Wat is dit voor eigenaardig fenomeen? Wanneer gaat het open, wat wordt er nu eigenlijk precies in verzameld en waar dient dat voor? Waarschijnlijk hebben geleerden en psychologen zich hier reeds uitgebreid over gebogen en allang een prachtig sluitende theorie beschreven met titel en toebehoren… Mij heeft het geholpen in mijn eigen proces, om zelf mijn waarheid uit te pluizen 😉

In mijn beleving gaat dit laatje open, wanneer ik het onderspit moet delven in mijn persoonlijke strijd voor rechtvaardigheid en bestaansrecht. Wanneer ik volkomen met mijn rug tegen de muur sta en niet anders kan dan mij gewonnen geven. Daar waar alle bewegingsruimte mij is ontnomen, rest mij enkel dit laatje nog. Op momenten dat er geen uitweg meer voor handen is. Op dit moment geeft mijn lichaam zich over, terwijl ik in wezen totaalweigeraar word. Mijn fysieke vorm gooit noodgedwongen de handdoek in de ring, terwijl mijn geest volop door vecht en reeds toekomstplannen smeedt.

In dit laatje spaarde ik bewijsmateriaal en buskruit, voor mijn later geplande aanslag. Ik telde de klappen, als geldige verklaring voor de nog volgende represailles. Iedere klap was een schepje. Hierin lagen de bewijzen opgeslagen, die mij straks zouden vrijpleiten. Hier werd wrok gekoesterd. Dit zou mij permissie geven tot vergelding. Zij vormden mijn motieven voor geoorloofde haat. Iedere wond gaf ten minste een heel klein schepje buskruit terug. Dit verschafte mij munitie en tevens de rechtvaardiging voor toekomstige moord en gelegitimeerde doodslag.

Naarmate ik vaker in penibele situaties verkeerde, leek dit laatje wel sneller en gemakkelijker geopend. Ook bleek het maatschepje ineens gegroeid. Er was inmiddels een kaartenbak-systeem aangelegd, waarin de verse bewijzen de ouden versterkten. Onrecht en mishandeling werden zo op alfabetische volgorde gearchiveerd en geclusterd. Mijn explosieven werden secuur gestapeld. Zij waarborgden mijn garantie op een vrijbrief voor de toekomst. Ook omdat er over dit soort zaken niet gesproken diende te worden, had ik het gevoel geen andere kant op te kunnen met mijn verhalen, dan ze op te bergen in dit archief. Ze hebben er jaren in stilte gelegen. Goede wijn wordt daar misschien lekkerder van, verzwegen verhalen niet; die geven een gigantische kater.

En dan komt er een moment, waarop dit systeem op drift lijkt te raken. Je bent nu naarstig op zoek, je jaagt naar sporen van vernieling, om eerdere misstanden alsnog te kunnen bevestigen. Vanuit de angst op verjaring, sprokkel je als strandjutter je bewijsmaterialen bijeen. Zodoende hoop je de verdedigingslinies te versterken, die jou alsnog permissie tot vereffening verschaffen, of op zijn minst dan in ieder geval nog erkenning zullen brengen.

Zo zijn er wel honderden triggers per dag, die bevestigen, onderstrepen en spekken wat er al in je laatje lag. En uiteindelijk hoeft de bakker nog maar net ietwat kortaf te zeggen dat het grof volkoren vandaag helaas uitverkocht is, en je hebt alweer een schepje explosieven gescoord. ‘Hier, kijk, zie je nou wel!’ Je raakt het spoor bijster van wat nu echt menens was, of wat in feite normale, onschuldige alledaagse omgang is. Maar het laatje raakt onderwijl voller en voller. Je raakt over gesensibiliseerd en hyper-re-actief.

DIT VEROORZAAKT EEN ZEER EXPLOSIEF MENGSEL

In het ergste geval kunnen mensen vanuit deze staat van zijn rare dingen gaan doen. Je schiet bijvoorbeeld de bakker dood, of je pleegt zelfmoord. Hier zijn genoeg voorbeelden van bekend. Toch vermoed ik dat het overgrote deel van ons mensen, blijft hangen in sluimerende gedachte scenario’s over plannen en verlangens om het recht alsnog te laten zegevieren…

Het gaat over vergelding. In het ene scenario draai ik de ander, als dader, volkomen gelegitimeerd en wraakzuchtig zijn strotje om, in het andere scenario honger ik mezelf, als slachtoffer, stiekem in een hoekje uit, tot de dag dat de boeman ineens via-via verneemt dat ik door zijn wrede toedoen ben gestorven. ‘Zo, dat zal ‘m leren…’ maar maakt mij dat niet evengoed weer tot dader?

Deze dynamiek zie je vaak terug bij disfunctionele gezinnen waar geslagen werd, of op andere wijze destructief werd huisgehouden.

Doet mij denken aan die wolf en dat schaap. Wie trok nu eigenlijk wiens kleren aan?

Door munitie op te potten en bewijsvoeringen te sparen voor later, schort ik op en stel ik uit, terwijl ik het feitelijke leven, dat zich hier en nu aan mij voltrekt, niet ten volste aanga. Evengoed als ik het laatje kan opentrekken om te vullen, kan ik het in principe ook net zo goed leegruimen en weer dichtschuiven. Mijn leegruimen is volop in gang. Ik breng mijn administratie weer op orde. Dan mag ik verantwoordelijkheid nemen voor eigen doen en laten (stapeltje 1), gaan teruggeven wat van de ander is (stapeltje 2), heldere grenzen stellen (stapeltje 3) en mezelf neerzetten in alle kleuren die ik nu heb. (stapeltje 4)        Durf ik dat aan?

IK HOOR HIER EEN UITDAGING DIE ‘LEVEN’ HEET

Beste moeder,

Bij deze verbreek ik het onzichtbare zegel van stilzwijgen, dat onnodig veel ellende in stand heeft gehouden.

Lof

Willemijn

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s