26 TRAUMAVERWERKING BIJ LEVENSANGST

renault 4

DE DAG DAT MIJN DOODSANGST PLAATS MAAKTE VOOR LEVENSANGST

Mensen die een bijna-dood ervaring hebben beleefd hoor je regelmatig vertellen over het afleggen van hun angst. Alsof ze nu beseften dat ze toch niks te verliezen hadden, stapten ze spontaan en volledig vrij het leven tegemoet. Zelf heb ik dat anders Beleefd:

Het was zondagochtend en ik was 4. Mijn moeder was niet thuis, mijn vader sliep uit en mijn broer en ik hadden samen met David, ons buurjongetje, een briljant plan gesmeed. We gingen met z’n drietjes op reis. We wisten namelijk dat, op de tafel naast mijn vader’s bed, de sleutel van de blauwe Renault 4 lag. Dit was de auto van Erly, een vriendin van mijn moeder. Zij was op vakantie en wij pasten op haar auto. Dat zouden we zeker doen. 😉  Mijn broer en ik slopen de kamer binnen, waar onze vader lag te slapen, en pikten de felbegeerde schat van tafel. Ons avontuur kon beginnen!

We haalden David op van huis en belandden al snel in een vader-en-moeder achtige speelsetting met z’n drietjes. Ik had spelenderwijs al gauw een hoop fictieve tassen vol boodschappen gedaan en een toren vol koffers ingepakt, die allemaal in de auto moesten worden ingeladen, voordat we konden vertrekken. Martijn klom achter het stuur, David sprong ernaast en ik zat achterin op de bank. Klaar om te gaan. Je moet weten, dat de auto stond geparkeerd langs de gracht, precies als laatste auto voor de brug, waardoor de ondergrond vrij schuin naar beneden afliep. Terwijl wij nietsvermoedend ons spel in de auto voortzetten, haalde Martijn, precies zoals dat hoorde, de auto van de handrem af. Dat deed je immers altijd als je weg wilde rijden.

Langzaam begon de auto te rollen en voordat ik goed en wel besefte wat er gebeurde, reden wij met auto en al het water in. Ik had geen idee wat ik nu moest doen! Martijn en David hadden in het spel hun raampjes open gedaan, zodat ze stoer met hun elleboog op de rand konden leunen tijdens onze vermeende rit. Hierdoor begon het water naar binnen te stromen. Martijn en David klauterden snel door deze openingen naar buiten, maar de golven water, die inmiddels binnen gutsten, zorgden ervoor dat ik niet over de voorste stoelen heen kon klimmen. Ik zie nog haarscherp al het water naar binnen kolken. Het werd meer en meer en kwam hoger en hoger. Ik probeerde iets te doen, maar het lukte niet. Langzaam maar zeker vulde de hele ruimte zich. Ik wist mijn hoofd boven water te houden, maar het dak van de auto naderde. Met mijn hoofd tegen het plafond gedrukt haalde ik mijn laatste teugen lucht. Totaal geconcentreerd en volkomen stil was ik, terwijl ik het geluid van het water hoorde en er een schelle hoge piep door mijn zijn sneed. Toen was de lucht op. Ik raakte in paniek en begon, snakkend naar adem, blind om mij heen te spartelen. Mijn spieren haalden alles uit de kast om mij het leven te redden. En ineens was het klaar. Ik herinner mij een kort, bijna zakelijk moment, waarop alles heel eventjes stil werd gezet en vervolgens omdraaide. Het werd zacht, ontspannen, lief, rond en stil…

Toen voelde ik een hand die mij strak vastgreep, ik zag iets van een vrouw met een touw en was toen vertrokken.

Liggend aan de waterkant kwam ik weer bij bewustzijn. Het enige wat ik wilde was direct wegwezen en dat heb ik gedaan. In één oogwenk was ik er vandoor. Rechtsstreeks naar huis en pijlsnel de WC in met de deur op slot. In mijn beleving heb ik daar uren gezeten. Ik was in een soort staat van high-zijn herinner ik mij. In een afwezige waas begonnen zich verschillende doemscenario’s in mijn hoofd af te spelen, die in een loupe werden gemonteerd.

Speciaal voor deze dag had ik mijn enige jurk aangetrokken, die Marie (een huisvriendin van mijn ouders) speciaal voor mij had gemaakt. Die was nu vies en stuk. Ze zou wel boos zijn. De auto was helemaal nat en misschien ook wel kapot. Erly zou zeker heel erg boos zijn als ze van vakantie thuis kwam. Mijn vader had nietsvermoedend liggen slapen en zou natuurlijk woedend zijn dat we de sleutel hadden gestolen. De mensen buiten zouden ook furieus zijn, dat ik zomaar was weggerend. Ineens werd er op de WC-deur geklopt. Help, zie je wel, nu kwamen ze me halen! Hoe stiller ik me hield, hoe  harder ze begonnen te bonzen, des te  groter mijn interne paniek. Uiteindelijk hebben ze de deur geforceerd om mij eruit te krijgen. Ik voorzag het aller-aller ergste, maar was totaal geimplodeerd. Er was in mijn beleving niet meer dan een schim over van mij, vanaf dat moment.

Wij moesten naar het ziekenhuis  voor functie-controle en een tetanus prik. Ook hiervoor was ik uitermate bang. En terwijl ik dit schrijf, merk ik dat ik steeds het woord ‘doodsbang’ en ‘in doodsangst’ geneigd ben op te schrijven, maar ik realiseer mij dat het eigenlijk helemaal niet de dood was waar ik steeds bang voor was. Ik was als de dood voor de dingen die hier, op deze aarde, precies in dit leven, op mij te wachten stonden. Het was een angst voor wat het leven vanaf nu voor mij in petto had. LEVENSANGST. Represailles die tegen mij genomen zouden worden. Straffen die ik van nu af aan moest gaan uitzitten. Slaag die ik verdiend had. De consequenties die ik voor mijn eigen stomme daden zou moeten gaan dragen. De boete die ik behoorde te doen. Verklaringen die ik zou moeten gaan afleggen. Enge ziektes die ik hierdoor zou kunnen hebben opgelopen. De schuld van mijn eigen dood, waarmee ik mijn ouders zwaar zou hebben belast. De brandweer die, door mijn toedoen, de auto helemaal uit het water moest takelen. Ergens hoor ik vaag nog iemand mij vertellen dat dat heel duur is en dat mijn vader dat nu allemaal moest betalen.

Vanaf die dag herinner ik mij angst. Angst voor boze mensen en vreselijke dingen. Ik durfde met geen mogelijkheid nog met de auto over deze gracht te rijden, maar dat was allemaal mijn eigen schuld. Had ik zelf veroorzaakt, dus ik moest niet zeuren. Maar steeds wanneer wij de gracht naderden schoten mijn spieren in paniek. Het lukte mij niet om niet te doen. Ik kon ze met geen mogelijkheid tegenhouden en ik kon niet anders dan er fysiek uiting aangeven. Dit leverde steeds een scene met veel gedonder op. Altijd met een groot schuldbesef.

Gaandeweg kwam ik er achter dat dit wel lukte als ik ergens een ‘uitknop’ aanzette. Al het gevoel en alle gedachten verdwenen op dat moment. Alsof ik die schim van achter die WC-deur weer kon oproepen in mezelf. Het fysieke verweer hield dan op, terwijl ik ook zeker geen gevoel van overgave beleefde, zoals ik dat onder water, vlak voordat ik gered werd, wel had ervaren. Dit was echter een soort wezenloos vertoeven in een ijl  niemandsland, dat ik dus blijkbaar met een knop kon bedienen.

Ik kan oprecht zeggen, dat het avontuur met de Renault 4 voor mij een traumatische ervaring is geweest. Maar vreemd genoeg ging het trauma eigenlijk helemaal niet over het moment van verdrinken en de doodsangsten die ik in de auto heb uitgestaan. Ondanks de terugkerende nachtmerries die ik kende, waarin ik ergens onder water vast kwam te zitten, was ik mijn hele kindertijd een echte waterrat! Ondanks dat ik nooit een zwemdiploma heb gehaald (ssst, niet doorvertellen 😉 ) heb ik met volle teugen van een oeverloos zwemmen en een eindeloos ravotten in het water kunnen genieten. De ‘last’ zat ‘m voor mij veel meer in het beklemmende besef en het grote gevoel van angst, die de onherroepelijk pijnlijke confrontatie met de buitenwereld daarna mij zou gaan opleveren.

Ik denk dat dit te maken heeft met ons brein. Het reptielenbrein gaat puur over overleven. Dit is de stress-response in het moment. Fight, flight of freeze. Deze wordt geactiveerd. Door de hevigheid van het voorval, blijft deze stress reactie nog tijden lang hyper-sensitief. Zelfs een jaar of 10 geleden nog, toen ik met een vriendin in Spanje, een auto veerbootje zonder zijrailingen opreed, stond ik, voordat ik het zelf doorhad, weer op de wal. Pure stress-reactie van mijn lijf. Mijn lichaam heeft gehandeld vanuit opgeslagen en herinnerd trauma, maar ik stond erbij en ik keek ernaar. Ik kon het zien voor wat het was en we hebben er hard om moeten lachen samen.

Mijn gevoelens van schuld, mijn angst voor straf en het gevoel dat ik slecht was en daarom geen troost of nazorg verdiend had, dat zijn in mijn beleving de schademakers en negatieve mindsets geweest, die in de jaren die daarop volgden flink de koers hebben bepaald.

Wat maakt dan eigenlijk een traumatische ervaring zwaar en beladen?

De doodsangst?

Of de levensangst, die door het gevoel van ‘schuld’ ontstond?

Het gebeuren an-sich?

Of de negatieve waarde die hier aan werd toegekend?

Het feitelijke gebeuren kon godzijdank worden afgesloten met een; EIND GOED AL GOED Toch heeft dat in mijn beleving nooit echt de gehele issue omvat, waardoor ik onbewust erg veel ‘last’ heb ervaren.

Deze ervaring zette mij aan het denken, waar het gaan om verschillende manieren van traumaverwerking in bredere zin…

In mijn tijd werd er geen aandacht geschonken aan nazorg bij een traumatische ervaring. Het was immers met een sisser afgelopen gelukkig. Misschien is hierdoor wel helder aan het licht te brengen, wat een volgend slachtoffer echt beter van dienst zou kunnen zijn.

Heb jij een trauma?

Hoe beleef jij dit, wanneer je er zo over nadenkt?

Lof

Willemijn

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s