22 MET GESPLETEN TONG

met gespleten tong

HET BESTIEREN VAN EEN DUBBELLEVEN

Afgelopen zomer zag ik, na jaren, een vriendinnetje van de lagere school. Ik herinnerde mij daardoor onderstaande gebeurtenis en we hebben er over in een deuk gelegen samen. Wanneer je echter op het verhaal inzoomt, zit er ook een dieper inzicht achter.

Ik zat in de tweede klas (groep 4) en ging die middag bij een vriendinnetje thuis spelen. Met de mededeling dat ik hiervoor goedkeuring had van mijn moeder (leugentje 1), fietste ik na school met haar en haar moeder mee naar huis. Aan het einde van de middag vroeg mijn vriendinnetje of ik misschien wilde blijven eten. Dat vond ik heel gezellig. Ik zou dan natuurlijk wel even mijn moeder moeten opbellen om te vragen of dat mocht. O jee, hier werd het lastiger… Ik had al gezegd dat ik mocht spelen, terwijl mijn moeder van niks wist, omdat ze er niet was… en nu dus fase 2 in dit verhaal: mijn moeder bellen… Ze was niet thuis (uiteraard, want dat wist ik natuurlijk allang) Ik verzon spontaan, dat ze zo wel uit haar werk zou komen (leugentje 2) en dat ik het over een half uurtje nog eens zou proberen

Een half uur later moest ik voor de bijl… Hoe moest ik dit oplossen? Ter plekke simuleerde ik het telefoongesprek. Ik zie mezelf nog zitten! Zo’n telefoon met draaischijf en krulsnoer en net doen alsof ik mijn moeder aan de telefoon had… (Leugentje 3) Hoe lang wacht je dan eigenlijk, voordat je zelf weer kan gaan praten, vroeg ik mij razendsnel af? Ik playbackte haar vermeende antwoorden in mijn hoofd, zodat de timing leek te kloppen. De hoorn drukte ik strak tegen mijn oor, zodat niemand zou horen, dat je de wachttoon en later de tuut-tuut-in-gesprek-toon hoorde, aan de andere kant van de lijn. (Zouden ze dat gemerkt hebben, vraag ik me nog steeds wel eens af?) Gelukkig, ik leek geloofd te worden in mijn nepgesprek.

Daar zat ik dan aan tafel. Ik voelde me niet helemaal meer op mijn gemak, maar moest toch blijven eten. Dat had ik zelf gefixt; eigen schuld, dikke bult. ’Zeg, hoe laat moest je eigenlijk thuis zijn van jou mama?’ (mama, mama, dat klinkt raar, mijn moeder heet Petra, dacht ik… of was dat soms stom?) Ik zoog snel een christelijke  tijd uit mijn duim, waarop ik thuis moest zijn (leugentje 4). Zeven uur. Ik weet nog dat ik heel graag weg wilde, omdat de situatie nijpend begon te worden… Ik wilde de vrijheid van de frisse buitenlucht op mijn hete wangen voelen. Ik wilde los uit dit web, waar ik steeds verder in verstrikt raakte!

En ja hoor, het ging nog verder; ‘Maar Willemijntje toch, jij kan echt niet helemaal in je eentje op de fiets naar huis hoor!’ (ow, dat kon blijkbaar niet… was zeven uur te  laat dan misschien? Ze moesten eens weten, ik kende niet anders, hahaha!) Haar vader zou mij wel eventjes brengen. (Ow, hellup, niet mij brengen alsjeblieft, dan zie je dat mijn moeder helemaal niet thuis is en val ik finaal door de mand!!) En om de schaamte nog even aan te wakkeren, zag hij bij het pakken van mijn fiets, dat ik helemaal geen licht op mijn fiets had! Dat kon echt niet hoor, dat was immers levensgevaarlijk. (Ik schaamde mij diep, want zo fietste ik al tijden rond)  Dan dus maar met de auto. ik voelde mij ondertussen als een blok aan hun been, maar dat wilde ik helemaal niet, ik wilde mijn vrijheid terug en mijn schaamte weg!

Met dichtgeknepen keel zat ik de hele lange weg in oorverdovende stilte naast haar vader, in de hoop dat ik het tot thuis zou redden. Hoe ik het van de stoep tot achter mijn voordeur aan elkaar heb gebreid weet ik niet meer precies, maar het is me gelukt om ze in ieder geval beneden op de stoep, buiten de flat te houden. De sleutel lag, zoals gewoonlijk boven onder de mat en ik ben als de wiedeweer mijn huis ingevlucht. PFFFF!!! Ik had mezelf krapjes an het vege lijf gered…

De angst dat ik gesnapt zou worden in mijn leugens was groot. Evenals de angst dat ze bij ons in het huis zouden komen en de chaos zouden aantreffen. Zowel de angst dat ze erachter kwamen dat mijn moeder helemaal niet thuis was, maar tegelijkertijd ook de angst dat ze mijn moeder zouden aantreffen in onverwachtte staat… Ik voelde dat dat echt onmogelijk was, gezien hun gestructureerde komaf en keurige leven. Dit waren immers netten mensen.

Hoe aardig ik ze ook vond, ik heb het niet nog eens gewaagd, om daar te gaan spelen…

Deze angst om betrapt te worden heb ik erg lang gehad. Nu vind ik het soms nog steeds lastig om mensen bij mij thuis uit te nodigen. Er zit een buitenproportionele mate van onnodige stress op.

Als meisje heb ik erg goed geleerd om naar buiten toe mooi weer te spelen. Ik had hierbij de mazzel dat ik makkelijk meekwam op school en dus geen problemen veroorzaakte. Ik viel eigenlijk niet op en daar was ik blij mee. (aan de andere kant verlangde ik ernaar om gezien te worden. Dat ik niks zou hoeven uitleggen, maar dat iemand mij gewoon zou komen redden)

In mijn volwassen leven heeft me dat echter meerdere malen flink de das om gedaan. Zo heb ik bijvoorbeeld tijden van behoorlijke depressie gekend, maar deze hield ik perfect verborgen. Ik stond bekend als energieke optimist en hielp vooral graag de ander uit de put. Bij mijzelf gingen gewoon de luiken dicht als ik down was, totdat ik mezelf weer had opgepompt voor de volgende etappe. Het zelfde geldt voor dingen als mijn eetstoornis en Ephidrine verslaving. Alles uit het zicht en niemand die ook maar iets in de smiezen had.  En maar doorgaan, en vooral maar blijven hollen en lachen…

Toen ik zelf kinderen kreeg werkte dit systeem echter  niet meer… Voor mijn kinderen kon ik de gordijnen niet dicht doen, want die waren er altijd en ze zaten onvoorwaardelijk onder mijn huid en in mijn hart.Vanaf dit moment ging het bergafwaarts met mij, want ik kreeg mezelf niet meer opgepord voor de volgende scene, in het toneelstuk dat ik speelde. Terugkijkend op deze pittige periode, ben ik wel blij dat ik hier nu grotendeels uit ben. Ik leid geen dubbellevens meer.

Toch blijft het voor mij opletten. Het is niet mijn intentie om te liegen, maar het zit ergens zo diep in mijn systeem. Ik hoef er ook geen moeite voor te doen om twee onverwacht totaal verschillende dingen spontaan aan elkaar te kletsen, alsof ze nooit gescheiden waren. Het is het getrainde vermogen om instant-net-niet-waarheidjes uit je mouw te kunnen schudden, om de realiteit te vervormen. En dit gaat vrij diep. Op dit moment in mijn leven heb ik niet het gevoel iets bewust te moeten verbergen, maar toch betrap ik mijzelf er regelmatig nog op dat ik dingen verdraai. Ik lieg dan niet echt, maar maak het automatisch net iets mooier dan dat het eigenlijk is. Zo rap en glad, dat ik het zelf vaak niet eens doorheb! Daarmee kan ik mijn eigen grond soms vliegensvlug uit het oog verliezen. Alsof hetgeen ik van plan ben te gaan vertellen als in een lichtflits door een soort kamertje gaat waar een ballotagecommissie zit. Daar wordt het gescand en naadloos aangepast op de situatie. Er ontstaat op deze wijze razendsnel een afgeleide waarheid van hoe het eigenlijk echt bij mijzelf in de kern zit.

Het is wel interessant om te kijken naar welke criteria die ballotagecommissie hanteert. En, ik was er al bang voor, dat gaat over al mijn overtuigingen, met name over mijzelf en mijn zelfbeeld. Eigenlijk is het een soort van mooi-maak-hokje, een kostuum en make-up kamertje voor de voorstelling. Even vliegensvlug de pukkeltjes wegpoederen, voordat je acte de présance geeft.

Hoe vaak lieg jij?

LOF

Willemijn

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s